Preview Renewi Tour 2026: vijf dagen België, met het snelste sprintersveld van het seizoen
De 21ste Renewi Tour blijft voor het eerst volledig op Belgische bodem. Vijf ritten tussen Diest en Leuven, een etappe over de Muur en een sprintersveld waar zelfs de Tour de France niet aan kan tippen.
Op de Grote Markt van Diest werden dinsdagavond de 154 renners van 22 ploegen voorgesteld die vanaf vandaag vijf dagen strijden om de blauwgroene leiderstrui. De stad in het Hageland is voor het eerst gastheer van de start van de Renewi Tour, het opvallendste aan deze 21ste editie is dat dit jaar rijdt de enige WorldTour-rittenkoers voor mannen in de Lage Landen volledig op Belgische bodem. Waar vorig jaar nog werd afgetrapt met een rit door Zeeland, blijft Nederland nu buiten beeld. Enkel in de corona editie van 2020 werden etappes voornamelijk in België gereden, maar toen stonden initieel wel ook Vlissingen en Sittard op de kaart als etappe plaatsen.




Van Eneco Tour tot Renewi Tour
De ronde begon in 2005 als Eneco Tour of Benelux, met Bobby Julich als eerste eindwinnaar. Daarna volgden naamsveranderingen in het ritme van de sponsorwissels: Eneco Tour, BinckBank Tour, Benelux Tour en sinds 2023 Renewi Tour. Recordhouder is Tim Wellens, die de ronde vier keer won: in 2014, 2015, 2023 en 2024. De renner van UAE Team Emirates XRG zou deze week op nummer vijf jagen, maar moet verstek laten gaan wegens gezondheidsproblemen.
Vorig jaar draaide de eindzege uit op een duel. Arnaud De Lie begon de slotrit in Leuven met één seconde voorsprong op Mathieu van der Poel, die via bonificaties virtueel al voorbij de Waal was geschoven. De Lie won vervolgens zelf de sprint op de Bondgenotenlaan en stelde daarmee zowel de ritzege als de eindzege veilig. Van der Poel ontbreekt dit jaar, hij maakt zich op voor het WK mountainbike.
Vijf ritten tussen Diest en Leuven
Het rittenschema oogt vertrouwd, met opnieuw aankomsten in Ardooie, Geraardsbergen, Bilzen-Hoeselt en Leuven. De Groene Kilometer keert in alle etappes terug, met tussensprints die 3, 2 en 1 boniseconde opleveren; aan de finish liggen 10, 6 en 4 seconden klaar. In een ronde waar de verschillen traditioneel klein zijn, wordt daar het klassement gemaakt.
De openingsrit rond Diest (191 km) bevat ook een lastige helling. In de finale moet drie keer het Grasbos worden beklommen, 500 meter aan 8 procent, al bekend als de ‘Poggio van Diest’. Na de laatste passage resteert ruim tien kilometer, waarna de sprintersploegen het peloton kunnen hergroeperen.
Rit twee, van Blankenberge naar Ardooie (173,9 km), is de vlakste dag van de week. De aankomst in Ardooie, met de chicane op ruim een kilometer van de streep, leverde eerder al winnaars op: Olav Kooij won er vorig jaar, Jonathan Milan het jaar ervoor.
De koninginnenrit op vrijdag vertrekt in debutant Celles en voert het peloton vroeg de Vlaamse Ardennen in. Trieu-Knokteberg, Paterberg, Hotond, Oude Kruisberg en Berg ten Houte volgen elkaar op, waarna de Muur van Geraardsbergen twee keer wordt beklommen. De finish ligt traditiegetrouw op de Vesten: 700 meter aan 4,6 procent, waar Van der Poel vorig jaar De Lie en Wellens klopte.
Rit vier, van Riemst naar Bilzen-Hoeselt (187,3 km), slingert door de Limburgse heuvels en wijngaarden, maar met de Letenberg als laatste helling op acht kilometer van de streep lijkt een sprint het meest waarschijnlijke scenario. De laatste 500 meter lopen op aan 3,3 procent.
De slotrit in en rond Leuven (184 km) eindigt op het stadscircuit dat we kennen van de WK-finale van 2021, met de Keizersberg, Decouxlaan en de Wijnpers (300 meter aan 8,3 procent). Vanaf de laatste Wijnpers resten nog 5,5 kilometer tot de Bondgenotenlaan.
De favorieten: sprintgeweld en aanvalslust
Het sprintersveld is sterker dan dat van de voorbije Tour, zoals we eerder schreven in onze analyse van de sprinterskeuzes deze nazomer. Jonathan Milan (elf zeges in 2026), Tim Merlier (negen) Jasper Philipsen (zes) en Olav Kooij (vier) staan allemaal aan de start. Ook Søren Wærenskjold, Dylan Groenewegen, Biniam Girmay en Pavel Bittner maken deel uit van het veld. Van dat rijtje hebben de eerste drie allemaal tourzeges in de tas.
Tim Merlier zei voor de start bij het flashinterview dat hij hoopte de fans een paar mooie duels te verzorgen. Hij keek uit naar de strijd met Jonathan Milan. Voor Philipsen, de vlam van Ham, is het nog de vraag of hij mee kan. ‘Ik heb niet meer de conditie van een paar weken geleden’. Hij zal z’n snelheid niet verloren zijn.
Titelverdediger De Lie rijdt een van zijn laatste koersen voor Lotto-Intermarché, voordat hij volgend seizoen de overstap naar Tudor maakt. Zijn seizoen verliep tot dusver moeizaam, met een opgave wegens ziekte in de Tour, maar zijn tiende plaats in de ADAC Cyclassics biedt perspectief. “Ik wil het hier even goed doen als vorig jaar: winnen”, lachte de Stier van Lescheret.
Wie het niet van de sprint moet hebben, kijkt naar de Geraardsbergen-rit. Florian Vermeersch en Tiesj Benoot zijn de logische aanvallers, met hardrijders als Mike Teunissen – zondag nog tweede in Hamburg – en Jonas Abrahamsen in hun spoor. En dan is er nog Wellens zelf, vorig jaar derde, die op deze wegen al vier keer bewees hoe je deze ronde wint.
Vijf dagen, een veelheid aan bonificatiesecondes per dag, en een handvol renners die elkaar op de seconde zullen bestrijden. Zondagavond op de Bondgenotenlaan weten we wie de opvolger wordt van de winnaars uit de voorbije twintig edities.