Als een vis in het water: de jarige Pascal Poisson en ritwinst in de Tour 1984
Vraag Pascal Poisson te kiezen tussen een fiets en een boot en de Fransman hoeft nog geen seconde na te denken. De grap is eigenlijk te flauw en te simpel om te maken – Poisson is immers het Franse woord voor ‘vis’ – maar op een boot voelt de renner die van 1981 tot en met 1990 een profcontract in zijn achterzak meedraagt, zich als een … Juist, ja! Het is een wonder dat hij uiteindelijk liefst negen seizoenen deel uitmaakt van het peloton, alvorens alsnog de woeste wateren op te zoeken. Maar het is meer een toevallige samenloop van omstandigheden.
Militaire dienst vormt Poisson
Als de latere renner, net als de meesten van zijn generatiegenoten, in militaire dienst moet heeft hij zijn zinnen gezet op een opleiding tot matroos bij de marine. De leidinggevende die hij tegenkomt heeft echter andere plannen met de jonge Poisson. Kolonel Marillier, die toevallig ook bondscoach is van de Franse nationale militairenselectie op de fiets, ziet een coureur in Poisson. Voordat hij zelf goed en wel doorheeft wat hem overkomt, wordt de tiener uit het Bretonse Côtes-d’Armor ingedeeld in een groep militairen die admiraal moet worden en daarnaast de kans krijgt zich op de fiets te meten met landgenoten en jonge renners uit Europa. Het brengt Poisson op plaatsen en in situaties die hij nooit had voorzien. Ineens rijdt hij baanwedstrijden tegen staatsamateurs uit Oost-Europa. Renners met het talent om snel door te stoten naar de profs, maar voor wie dat in tijden van het ‘IJzeren Gordijn’ van overheidswege op voorhand niet is weggelegd. Aanvankelijk kan Poisson nauwelijks een vuist maken tegen de bonkige verschijningen uit onder meer de Sovjet-Unie en de DDR, die niet schromen fysiek geweld te gebruiken om een betere positie te bemachtigen. Ze zijn in de tweede helft van de jaren ‘70 zichtbaar een maatje te groot voor Poisson. Pas na een paar seizoenen krijgt de Fransman de mores van het baanwielrennen door en staat steeds meer zijn mannetje. Die aanpak levert hem zelfs een Europese titel op. Intussen wordt hij ook steeds vaker in veldritten en wegwedstrijden opgesteld, zodat kolonel Marilllier kan zien of zijn oogappel op asfalt net zo goed uit de voeten kan als op een betonnen of houten ovaal.
Weg van de zee
Het antwoord zal al snel ‘ja’ blijken. Alhoewel Poisson met pijn in het hart zijn gedroomde leven op het water aan de horizon ziet verdwijnen, treedt hij toe tot de vermaarde Renault-ploeg van Cyrille Guimard. Ineens is de beste Franse renner van het moment zijn ploeggenoot. Het mentorschap van Bernard Hinault levert neoprof Poisson meerdere top 10-klasseringen op in kleinere (ritten-)koersen. Het is de opmaat de aansprekende zege, die de Fransman drie jaar later boekt. Terwijl Hinault dan inmiddels is verkast naar concurrent La Vie Claire en Laurent Fignon het onbetwiste kopmanschap binnen Renault heeft overgenomen, mag Poisson als een van zijn knechten mee naar de Tour. De ronde zal niet alleen een doorslaand succes worden doordat Fignon zijn eindzege van het voorgaande jaar prolongeert. Ook Poisson levert zijn bijdrage aan het aantal flessen champagne, dat de ploeg gedurende die drieweekse expeditie ’s avonds in haar hotel mag ontkurken. De twaalfde etappe, een 111 kilometer lange rit van Saint Girons naar Blagnac, lijkt lang op een tweestrijd tussen twee Belgische vedetten uit te draaien. Eric Vanderaerden en Frank Hoste hebben allebei zelfs twee ijzers in het uur. Het dagsucces én de groene trui van het puntenklassement. De twee zijn echter banger te verliezen, waardoor de ander niet alleen een ritzege boekt maar ook meer punten verdient, dan dat ze willen winnen. Poisson is de lachende derde. Op twintig kilometer van de aankomst zit hij, samen met Leo van Vliet, Jean-Louis Gauthier, Bernard Vallet en Guy Nulens, in een kopgroep. Laatstgenoemde is een luitenant van Vanderaerden, dus rijdt niet mee. Hem is er alles aan gelegen dat zijn kopman terugkeert aan het front.
Waar twee vechten
Die missie van Nulens slaagt. In gezelschap van Frédéric Brun sluit de Panasonic-renner op tijd van voren aan, maar Hoste doet dat ook. De groene truidrager wil zijn marge van 39 punten op zijn landgenoot vanzelfsprekend niet verspelen. Het potje armworstelen tussen de Belgen is een kolfje naar de hand van hun medevluchters. Gauthier waagt in de slotkilometer als eerste een poging en krijgt onmiddellijk Hoste in zijn wiel. Die vreest een aanval van Vanderaerden, dus houdt zijn benen stil. Alsof er, net als in de scheepvaart, een seinvlag wordt getoond, is dat voor Poisson het teken zijn kans te wagen. Hoste en Vanderaerden weigeren resoluut de kolen voor elkaar uit het vuur te halen, terwijl Nulens op dat moment zijn werk er blijkbaar al op heeft zitten en enkele meters achter zijn voormalige medevluchters op zijn gemak uitbolt. De Belgische topsprinters zetten nog wel hun eindschot in, maar komen te laat. Poisson wint. Een renner die veel liever zijn leven op een boot doorbrengt dan op een fiets, is plotseling de beste in een heuse Touretapppe.
Bijna weer raak in 1989
Het scheelt maar weinig of de Fransman slaat vijf jaar later nogmaals toe. Nu is de veertiende rit in 1989 het toneel. Op de Avenue d’Embrun in Gap proberen Poisson en Frans Maassen een massaspurt te saboteren. De Nederlander levert in de slotkilometer veel te veel kopwerk om uit de greep van het peloton te blijven en dus lijkt het of zijn Franse metgezel in een zetel naar een tweede Tourritzege wordt geleid. Maar dan is daar Jelle Nijdam. De Brabander met de turbodijen dendert naar Poisson toe en klopt hem ruim voor de meet met speels gemak. Het is voor de geklopte het teken dat het aanstonds tijd is alsnog zijn jeugddroom na te jagen. Zijn naam betekent toch ‘vis’? En die moet het water in. Of ‘op’, eigenlijk. Vrijwel onmiddellijk na zijn afscheid van het peloton, het is dan inmiddels het najaar van 1990, begint Pascal Poisson zijn eigen bedrijf in bootonderhoud en -renovatie op het Caribische eiland Guadeloupe.
