Foto Sirotti

Wielercultuur

De dubbele Olympische droom van de jarige Quinn Simmons

Er zijn weinig dingen die je niet kunt vinden op Wikipedia. Noem een opmerkelijk feitje of een wetenswaardigheid en de kans is groot dat, ergens op de wereld, wel een liefhebber of kenner ooit een speciale pagina heeft aangemaakt. Handig als je op een saaie verjaardag indruk wilt maken op je nietsvermoedende vrienden- of kennissenkring. Wist je bijvoorbeeld dat er 153 atleten zijn die aan zowel de Olympische Zomer- als Winterspelen hebben deelgenomen? Er van uit gaande dat Wikipedia klopt, tenminste. Het zou niet voor het eerst zijn dat een grapjas zichzelf of een goede bekende stiekem iets toedicht, wat de werkelijkheid niet eens benadert. Waarna dat doodleuk een eigen Wiki-leven gaat leiden. En een abusievelijke vergissing of omissie komt vanzelfsprekend ook wel eens voor.

Meer dan twintig procent van de sporters die de befaamde dubbel op hun naam hebben staan, deed, aldus Wikipedia, op de Zomerspelen aan wielrennen. 33 atleten om precies te zijn. Een kleine greep uit de bekende namen: Connie Carpenter-Phinney, Christa Luding-Rothenburger, Chris Witty, Clara Hughes, Ingrid Haringa, Jan Bos en Laurine van Riessen. Wat het meeste opvalt is dat ze vooral ook allemaal bekend zijn van de ijsbaan en tegelijkertijd een niet onverdienstelijk (baan-)renner of renster waren. Het scheelde weinig of ook Herbert Dijkstra en Bart Veldkamp hadden in het lijstje gestaan. Beiden vertegenwoordigden Nederland Olympisch gezien op de schaats en hadden lang zicht op selectie voor de Zomerspelen van respectievelijk 1988 en 1992. Dijkstra op de honderd kilometer ploegentijdrit. Veldkamp als lid van de achtervolgingsploeg op de baan. Beiden vielen uiteindelijk toch af. Twee laatste trivia’tjes, voor degenen die eerdaags een saaie verjaardag moeten uitzitten. Slechts één sporter deed mee aan zowel de Zomer-, de Winter- als de Paralympische Spelen. Ook dat is een schaatsende renner en een Nederlander bovendien. Jeroen Straathof kwam in 1994 in Hamar uit op de dunne ijzers en maakte tien jaar later deel uit van de oranje baanachtervolgingsploeg in Athene. Tussentijds, in 2000, fungeerde hij op de Paralympische Spelen als tandempiloot voor de visueel gehandicapte Jan Mulder. Die deelname, aan de vier kilometer achtervolging, zou hem zelfs zijn enige plak opleveren. Een renner die zich op niet al te lange termijn best eens zou kunnen toevoegen aan het elite-rijtje van 153 atleten, die zowel ’s winters als in de zomer op Olympisch niveau uitkwamen, is Quinn Simmons.

Behalve op een racefiets kan de in zijn gezicht opvallend behaarde Amerikaan namelijk ook uitstekend uit de voeten op twee dunne latten. Simmons doet aan skimo. Aan wat? Ski mountaineering. Misschien heb je de kersverse Olympische discipline afgelopen winter wel op televisie voorbij zijn komen. In plaats van op twee ski’s een bergreus af te suizen, dien je met skimo juist naar boven te ‘rennen’, om vervolgens buiten een gebaande piste weer naar beneden te komen. Snel en licht bewegen is de crux. De beelden van de nieuwste Olympische aanwinst deden in februari nogal wat wenkbrauwen fronzen. De een verbaasde zich over het feit dat een dermate voor de hand liggende manier van voortbewegen in de sneeuw niet al een decennialange Olympische geschiedenis kent. De ander vroeg kreeg spontaan visioenen van de inmiddels allebei overleden Meneer van Heumen en Tonny Eyk; jarenlang de vaste gezichten van AVRO’s Sterrenslag. Een sport- en spelprogramma, waarin bekende Nederlanders tal van onzinnige opdrachten uitvoerden. Tot hilariteit van met name henzelf. In Durango, in de Amerikaanse staat Colorado, waar Simmons opgroeide, is skimo echter een serieuze sport. Sterker, de renner met de woeste blonde haardos en de weelderige snor – in de jaren ’80-special van Bahamontes bekende Simmons dat die gemodelleerd is naar de snor van de inmiddels overleden showworstellegende Hulk Hogan – is er mee opgegroeid. In de zomermaanden fietsen door Mesa Verde National Park en San Juan National Forest. Maar zodra de sneeuw de dicht beboste en ongerepte natuur wit kleurt, gaan de ski’s onder.

De wintersport is Simmons met de paplepel ingegoten. Volledig buiten het zicht van nagenoeg de hele wereld deed vader Scott in de jaren ’00 en ’10 meermaals aan het WK mee. Ook Quinn heeft talent. Nog voordat hij beroepsrenner werd, nam hij al deel aan skimo-wedstrijden. Het leverde hem onder meer een bronzen plak op de sprintrace tijdens het junioren-WK in 2017. Vandaar dat de renner van Lidl-Trek al meermaals hardop fantaseerde over het kunnen toevoegen van zijn naam aan het befaamde lijstje van atleten die op zowel de Zomer- als Winterspelen actief waren. De Amerikaan had de klus aanvankelijk de afgelopen twee jaar al willen klaren. Eerst koersen in Parijs, in augustus 2024, om achttien maanden later op de lange latten in Milaan – of eigenlijk Bormio, want daar vond in februari het Olympisch skimo-toernooi plaats – aan te treden. Zoals zo vaak liep de praktijk net even anders dan de vooraf bedachte theorie. Een val in de Strade Bianche, gevolgd door een lange revalidatie, zette een streep door Simmons’ Olympische debuut en toen hij wat later de ski’s onder bond, kwam hij al snel tot de conclusie de routine te missen om serieus mee te strijden op het hoogste skimo-niveau. De plannen zijn dus bijgesteld. Eerst koersen in de Olympische wielerwedstrijd van 2028 in Los Angeles en dan, zes jaar later en ook in zijn thuisland, de dubbel voltooien in Utah, is nu het plan. Het duurt nog even, maar reken maar dat Quinn Simmons ooit opduikt op de Wikipedia-pagina van atleten die aan de Zomer- én Winterspelen deelnamen.

Behalve op een racefiets kan de in zijn gezicht opvallend behaarde Amerikaan namelijk ook uitstekend uit de voeten op twee dunne latten. Simmons doet aan skimo. Aan wat? Ski mountaineering. Misschien heb je de kersverse Olympische discipline afgelopen winter wel op televisie voorbij zijn komen. In plaats van op twee ski’s een bergreus af te suizen, dien je met skimo juist naar boven te ‘rennen’, om vervolgens buiten een gebaande piste weer naar beneden te komen. Snel en licht bewegen is de crux. De beelden van de nieuwste Olympische aanwinst deden in februari nogal wat wenkbrauwen fronzen. De een verbaasde zich over het feit dat een dermate voor de hand liggende manier van voortbewegen in de sneeuw niet al een decennialange Olympische geschiedenis kent. De ander vroeg kreeg spontaan visioenen van de inmiddels allebei overleden Meneer van Heumen en Tonny Eyk; jarenlang de vaste gezichten van AVRO’s Sterrenslag. Een sport- en spelprogramma, waarin bekende Nederlanders tal van onzinnige opdrachten uitvoerden. Tot hilariteit van met name henzelf. In Durango, in de Amerikaanse staat Colorado, waar Simmons opgroeide, is skimo echter een serieuze sport. Sterker, de renner met de woeste blonde haardos en de weelderige snor – in de jaren ’80-special van Bahamontes bekende Simmons dat die gemodelleerd is naar de snor van de inmiddels overleden showworstellegende Hulk Hogan – is er mee opgegroeid. In de zomermaanden fietsen door Mesa Verde National Park en San Juan National Forest. Maar zodra de sneeuw de dicht beboste en ongerepte natuur wit kleurt, gaan de ski’s onder.

De wintersport is Simmons met de paplepel ingegoten. Volledig buiten het zicht van nagenoeg de hele wereld deed vader Scott in de jaren ’00 en ’10 meermaals aan het WK mee. Ook Quinn heeft talent. Nog voordat hij beroepsrenner werd, nam hij al deel aan skimo-wedstrijden. Het leverde hem onder meer een bronzen plak op de sprintrace tijdens het junioren-WK in 2017. Vandaar dat de renner van Lidl-Trek al meermaals hardop fantaseerde over het kunnen toevoegen van zijn naam aan het befaamde lijstje van atleten die op zowel de Zomer- als Winterspelen actief waren. De Amerikaan had de klus aanvankelijk de afgelopen twee jaar al willen klaren. Eerst koersen in Parijs, in augustus 2024, om achttien maanden later op de lange latten in Milaan – of eigenlijk Bormio, want daar vond in februari het Olympisch skimo-toernooi plaats – aan te treden. Zoals zo vaak liep de praktijk net even anders dan de vooraf bedachte theorie. Een val in de Strade Bianche, gevolgd door een lange revalidatie, zette een streep door Simmons’ Olympische debuut en toen hij wat later de ski’s onder bond, kwam hij al snel tot de conclusie de routine te missen om serieus mee te strijden op het hoogste skimo-niveau. De plannen zijn dus bijgesteld. Eerst koersen in de Olympische wielerwedstrijd van 2028 in Los Angeles en dan, zes jaar later en ook in zijn thuisland, de dubbel voltooien in Utah, is nu het plan. Het duurt nog even, maar reken maar dat Quinn Simmons ooit opduikt op de Wikipedia-pagina van atleten die aan de Zomer- én Winterspelen deelnamen.

Lees ook van Vincent de Lijser

De dubbele Olympische droom van de jarige Quinn Simmons

Wielercultuur

De Jarige Andrea Tafi en de winst in de Wincanton Classic

Wielercultuur