De jarige Beat Wabel die alleen maar kon presteren in Zwitserland
Het lastige van het bezitten van veel relativeringsvermogen is dat iemand die kampt met een dergelijk overschot dat zelf snel en eenvoudig weg kan relativeren. ‘Ach joh, wat maakt het uit?!’ Of, om beroepsrelativeerder René van der Gijp te citeren, ‘laat lekker gaan, man!’ Precies op het moment dat het huidige Vandaag Inside-gezicht als voetballer aan het einde van de jaren ‘80 actief is in Zwitserland, eerst een seizoen bij Neuchâtel Xamax en aansluitend nog een bij FC Aarau, rijdt er aan de andere kant van dat land een jonge veldrijder rond die uit hetzelfde hout is gesneden. Wordt Van der Gijp nog wel eens verweten dat hij, ondanks zijn niet te ontkennen voetbaltalent, lang niet het maximale uit zijn spelerscarrière haalde, van Beat Wabel kan dat ook worden gezegd. De uit Wetzikon afkomstige veldrijder bulkt van het talent, maar mist het doorzettingsvermogen en de wilskracht om de aangeboren gave volledig te laten ontluiken. Tot het uiterste gaan in een training of op een kille, natte herfst- of winterdag het vooraf bedachte aantal kilometers afwerken; nee. In de optiek van Wabel moet het wel leuk blijven. Als hij in wedstrijdverband met tegenslag te kampen krijgt of simpelweg een slechte dag kent laat de Zwitser al snel het hoofd hangen. Alleen in zijn thuisland kan Wabel de moed opbrengen om het onderste uit de kan te halen. Voor zijn dorpsgenoten in Wetzikon, waar in de jaren ’80 en ’90 ieder seizoen het SuperPrestige-circus neerstrijkt, wil hij immers geen flater slaan. Ook in andere Zwitserse plaatsen moet Wabel nimmer onderschat worden. Zodra echter eerst de landsgrenzen dienen te worden overschreden alvorens ergens het startschot klinkt, verandert hij als vanzelf in een figurant. Alsof het hem dan niet meer interesseert hoe hij presteert, lamgeslagen is door de heenreis of simpelweg de motivatie niet vindt om de pedalen in hoog tempo rond te draaien.
Vreemde bodem
Slechts een keer boekt Wabel op het hoogste niveau een overwinning op vreemde bodem. Als 17-jarige heeft hij weliswaar in het Duitse München de juniorenwereldtitel binnen gehaald, tussen de profs en eliterenners kan Wabel buiten Zwitserland eigenlijk nooit winnen. Alleen in 1993 is hij de beste in de zogeheten Witloofveldrit in Vossem in België. Al zijn andere zeges vinden stuk voor stuk plaats in zijn thuisland. Noem een Zwitserse plaats waar wel eens een cross over blubberige weilanden, smalle bospaden of mulle zandgrond is georganiseerd en de kans is groot dat de naam Wabel op de erelijst prijkt. Tussen 1990 en 2003 wordt de renner uit Wetzikon liefst zes maal nationaal kampioen. Het is een prestatie die veel hoger aangeschreven mag worden dan misschien gedacht. De laatste jaren stelt het Zwitserse veldrijden mondiaal gezien immers bar weinig voor. Kevin Kuhn en Timon Rüegg, die de felrode kampioenstrui met op borst en rug het typische Zwitserse witte kruis sinds 2021 onderling verdelen, rijden in internationale crossen amper een deuk in een pakje boter. Dat is in de periode dat Wabel zich meet met de beste veldrijders ter wereld wel anders. De Zwitsers vormen met eerst Albert Zweifel, vervolgens Beat Breu en Pascal Richard en later Thomas Frischknecht, Dieter Runkel en Wabel zelf een ijzersterk front dat meerdere titels verzamelt.
Alleen in Zwitserland
Laatstgenoemde zal de regenboogtrui op het hoogste niveau nooit bemachtigen. De reden is voorspelbaar. De mondiale titelstrijd vindt meestal plaats buiten de grenzen van zijn geboorteland. Een keer staat Wabel op het podium. In Zwitserland. Uiteraard. Het WK van 1995 wordt in Eschenbach verreden, een dorp dat letterlijk op loopafstand van Wetzikon ligt. Samen met landgenoot Runkel rijdt Wabel het hele deelnemersveld op een hoop. Die eerste heeft ook nog een rekening te vereffenen. Runkel is na twee seizoenen als wegrenner bij de WordPerfect-ploeg van Jan Raas namelijk net door de Nederlander op straat gezet vanwege tegenvallende prestaties. Volgens de Zeeuwse ploegbaas kampt de renner in het buitenland voortdurend met heimwee en wil hij nooit langer dan slechts een handvol dagen van huis zijn. Bovendien had Raas zijn Zwitserse pupil verboden in de wintermaanden veldritten te rijden. Gecombineerd met het ontslag, terwijl hij eigenlijk nog een contract voor het volgende wegseizoen had, werkt dat bij Runkel als een rode lap op een stier. Net als Wabel kent hij het parcours als zijn broekzak. Dat is door de onophoudelijke regen veranderd in een variant op wat in diezelfde periode in het televisieprogramma Telekids van Carlo Boszhard en Irene Moors ‘Megablubberpowerrace’ heet. Samen rijden de twee Zwitsers iedereen de vernieling in. Alleen Richard Groenendaal kan het ontketende duo nog enigszins volgen en nestelt zich uiteindelijk tussen beiden in. Zilver ligt er voor de Nederlander klaar aan de finish. Runkel wordt de nieuwe wereldkampioen. Zijn landgenoot neemt het brons mee terug naar Wetzikon. Die derde plek is het beste resultaat van Beat Wabel op een WK cyclocross voor profrenners. Al zal hij zijn prestatie, geheel conform zijn karakter, onmiddellijk weten te relativeren tot niet veel meer dan een uiterst bescheiden succesje.
