De jarige Martín ‘Cochise’ Rodríguez: de man die de Vuelta a Colombia domineerde
De eerste Colombiaan ooit in de Tour de France raakt daar min of meer bij toeval verzeild. Als Martín Rodríguez in het voorjaar van 1961 zijn debuut maakt in de ronde van zijn thuisland, hij is dan nog maar negentien jaar oud, is koersen in Europa niet iets dat in de jonge renner opkomt. Waarom zou hij ook?! In Colombia valt immers genoeg te fietsen én te winnen. Bij zijn debuut in de Vuelta a Colombia levert Rodríguez meteen het ijzersterke bewijs door de derde etappe op zijn naam te schrijven.
Automatische winst
In de jaren die volgen zal het aantal ritzeges al snel niet meer op de vingers van twee, vier of zelfs zeven handen te tellen zijn. De organisatie kan in feite haast net zo goed de etappe niet laten verrijden en de naam van de uit Medellín afkomstige Colombiaan op voorhand alvast invullen als de gelukkige winnaar. Ook het eindklassement is in de jaren ’60 liefst viermaal een prooi voor Rodríguez, die zich geen Martín laat noemen, maar Cochise. In zijn tienerjaren is er namelijk een ding dat hij nog liever doet dan fietsen. Film kijken. En dan niet willekeurig wat de nationale televisiezenders voorschotelen of wat de plaatselijke bioscoop in de aanbieding heeft, maar een in het bijzonder. Broken Arrow. De western uit 1950, met James Stewart en Jeff Chandler in de hoofdrollen, vertelt het waargebeurde verhaal van een Apache-indianenopperhoofd uit de negentiende eeuw, die het dapper opnam tegen de Amerikaanse bezetters van zijn geboortegrond in Arizona. Cochise luidde zijn naam. Voor muziekliefhebbers die de alternatieve metalband Audioslave kennen, bestaande uit drie ex-leden van Rage Against The Machine en voormalig Soundgarden-zanger Chris Cornell; hun debuutsingle uit 2003 is vernoemd naar precies diezelfde Cochise. Meer dan vier decennia voor die release verslijt Rodríguez de film Broken Arrow alsof het zijn dagelijks brood is. Elke scène kan hij dromen, iedere dialoog letterlijk playbacken. De latere renner is zelfs zo’n fan van de hoofdfiguur dat hij zich door familie en vrienden niet met Martín laat aanspreken, maar met Cochise. Hij zal het uiteindelijk zelfs voor elkaar krijgen dat die naam officieel in zijn paspoort terechtkomt.
Oneindige reeks
Ondertussen lijkt er maar geen einde te komen aan de zegereeks van Rodríguez in koersen op het Zuid-Amerikaanse continent in het algemeen en in de Vuelta a Colombia in het bijzonder. Ook op Europese bodem leert men het supertalent kennen. Behalve een uitstekend klimmer, zoals bijna al zijn landgenoten zijn, is Cochise eveneens een fenomenaal tijdrijder. Op de baan kan hij uitstekend uit de voeten. In 1971 wordt hij de eerste Zuid-Amerikaanse wereldkampioen. In het Italiaanse Varese blijkt hij op de achtervolging voor amateurs veruit de beste. Een jaar eerder heeft Rodríguez ook al het werelduurrecord verpulverd. Het zijn prestaties die hem een van de topfavorieten maken voor de Olympische Spelen van 1972 in München. Eerder is Cochise in de wegkoersen van respectievelijk vier en acht jaar eerder niet in de buurt van goud gekomen, maar nu hij in de kracht van zijn leven verkeert, is hij een meer dan geduchte kanshebber om een gouden plak vanuit West-Duitsland mee naar huis te nemen. Het zal echter niet zo ver komen. Als het Olympisch vuur in München wordt ontstoken is Rodríguez niet van de partij en heeft hij, min of meer noodgedwongen, twee maanden eerder een profcontract getekend. Tegen wil en dank. Vele malen liever was Cochise amateur gebleven en naar de Spelen gegaan, om zijn gouden jacht tot een goed einde te brengen – tot en met 1992 is Olympische deelname uitsluitend voorbehouden aan amateurrenners, niet aan profs – maar hij ligt in de clinch met de Colombiaanse wielerbond.
Vriendelijke hulp
Die heeft de renner betrapt op iets onoorbaars. Een foto was er het ondubbelzinnige bewijs van geweest. Tempobeul Rodríguez had vier jaar eerder, bij wijze van vriendendienst, de Deen Ole Ritter geholpen bij diens poging het werelduurrecord voor profs aan te vallen. Samen hadden de twee vele trainingsuren en -rondjes op de wielerbaan van Mexico Stad gemaakt. Dat was op zich tot daar aan toe, ware het niet dat Rodríguez dat deed in een shirt van fietsmerk Benotto. Geheel te goeder trouw had hij het tenue van Ritter aangenomen, onwetend wat hem te wachten stond. De foto belandde bij de Colombiaanse wielerbond en die oordeelde spijkerhard dat de renner het koerstruitje zou hebben gedragen om Benotto te promoten. En als je dat doet ben je dus geen amateur maar prof, redeneerden de bobo’s. Een dikke streep ging er door de Olympische deelname van Rodríguez. Beroepsrenners zijn in 1972, als gezegd, nog lang niet welkom op de Spelen. Van lieverlee doet de Colombiaan iets waar hij niet lang daarvoor nog nooit over had nagedacht. Hij waagt de overstap naar Europa en tekent een profcontract. Cochise draait een half jaartje mee in de Italiaanse Salvarani-ploeg, waar Felice Gimondi de kopman is. Zes maanden later neemt Bianchi het hoofdsponsorschap over en sluit trouwens ook werelduurrecordhouder Ritter zich bij de selectie aan. Drie seizoenen koerst Rodríguez in de kenmerkende lichtblauwe tricots van het legendarische Italiaanse fietsmerk. Even zoveel keer rijdt hij de Giro. Bij zijn debuut in 1973 wint hij een etappe en twee jaar later nog een. Aan de zijde van Gimondi zegeviert hij bovendien in koppeltijdrit Trofeo Baracchi en debuteert hij in zijn slotjaar als prof in Europa in de Tour. Als allereerste Colombiaan ooit rijdt hij de Franse ronde. In de rol van meesterknecht staat de dan al 33-jarige Rodríguez in Parijs op een 27ste plaats in de eindrangschikking. Het blijft bij dat ene Touroptreden. Alhoewel, als een klein decennium later de eerste volwaardige Colombiaanse ploeg haar opwachting maakt in Frankrijk, zit er een bekend gezicht achter het stuur van een van de volgwagens. Het is Martín Rodríguez. Al heeft hij zelf veel liever dat je hem aanspreekt met de naam van zijn grote held. Het negentiende-eeuwse opperhoofd van de Apache-indianen. Cochise.
