Foto Sirotti
De jarige Wilfried Nelissen en die andere val in 1993
Als een klodder verf, die door een ruwe armbeweging de kwast met hoge snelheid verlaat en hardhandig op een oppervlak belandt, kwakt Wilfried Nelissen tegen de grond. Nee, plaats van handeling is niet Armentières. De beruchte val in de eerste Touretappe van 1994 bestaat nog uitsluitend in de glazen bol van een accurate toekomstvoorspeller. Het is een opstandig putdeksel dat enkele maanden voor die beruchte val in Frankrijk op ruwe wijze een streep zet door Nelissens ambities in de voorjaarsklassiekers.
Weg voorjaar
Met een doffe klap landt de Belg op het drijfnatte wegdek, ergens tussen Kuurne en Brussel. Als de opgave van de kopman van de Historploeg via de koersradio wordt gemeld, maakt een licht gevoel van paniek zich meester van het lijf van Peter Post. Het putdeksel heeft niet alleen Nelissen van zijn voorseizoen beroofd, de Histor-ploeg is haar uitgesproken kopman voor het klassieke werk voorlopig kwijt. Anderhalf jaar eerder hadden Post en geldschieter Paul Desmet geproost op de comeback van het verfmerk in het peloton. Moederbedrijf Sigma Coatings werkt in de eerste helft van de jaren ’90 aan de naamsbekendheid van één van haar submerken in met name Frankrijk. Het verklaart waarom er in Franse koersen Novémail op de blauwe koerstenues staat en elders Histor, zoals de verf buiten Frankrijk heet. Die naam was uitstekend leesbaar toen Nelissen op de laatste februarizaterdag van 1993 met beide handen hoog boven zijn hoofd de finishlijn in Gent passeerde. In de finale van de Omloop Het Volk profiteerde hij op nog geen drie kilometer voor de finish van een onhandige manoeuvre van BRT-motard Frans Suls. Die bracht cameraman Jean-Pierre Verbeecke dichterbij het peloton dan hem lief was. Een haakse bocht maakte dat de motor plotseling snelheid verloor. In een poging de renners voor te blijven stuurde Suls te scherp in, raakte met de valbeugel een stoeprand en knalde met cameraman Verbeecke achterop tegen het asfalt. Slechts vijf renners wisten de valpartij te ontwijken. Nelissen was één van hen. Hij besloot een sprint tegen overgebleven concurrenten Johan Capiot en Johan Museeuw niet af te wachten. Met een korte krachtsinspanning schudde hij hen af, om even later zijn kersverse ploeg aan haar gedroomde seizoenstart te helpen.
Een jaar later
Op de dag af een jaar na die glansrijke zege zal het humeur van Post honderdtachtig graden draaien. Het één-tweetje tussen de weergoden, die Vlaanderen opnieuw trakteren op regen, en een putdeksel dat daardoor geniepig een paar centimeter boven het wegdek uitsteekt, zet een streep door zijn ambities. Een dag eerder had Nelissen in de Omloop Het Volk opnieuw toegeslagen. Nu niet met een splijtende demarrage in de slotfase, maar door te vertrouwen op zijn specialiteit: de sprint. Opnieuw met de hulp van godin Fortuna. In de laatste honderden meters naar de aankomst volgen de gebeurtenissen elkaar in hoog tempo op. Eerst is het Jelle Nijdam die zijn beroemde turbodijen maar weer eens aanspreekt, in de hoop dat ploeggenoot Frédéric Moncassin een gat laat vallen. De Fransman veronderstelt echter dat de Nederlander de sprint voor hem aantrekt en blijft in het wiel plakken. Als Nijdam op vierhonderd meter voor de finish afgeeft komt Djamolidine Abdoezjaparov plotseling te vroeg op kop. De Polti-renner kan niet anders dan volle bak zijn sprint inzetten, op de hielen gezeten door rappe mannen als Moncassin, Erik Zabel en Nelissen. De Belg raakt ingesloten, duikt links van de weg handig in een gaatje en komt vervolgens met elke pedaalomwenteling dichter bij de stilvallende ‘Abdoe’. De Oezbeek hoort Nelissen naderen en stuurt naar links. Eerst geleidelijk, maar al snel rigoureuzer, in een poging zijn opponent de doorgang te beletten. Nelissen kan instinctief maar één oplossing verzinnen. Met zijn rechterhand port hij in de linkerzij van Abdoe, duwt hem van zich af en snelt hem tijdig voorbij om de meet als eerste te passeren. De jury twijfelt. Wie is de boosdoener? De Oezbeek, die van zijn lijn is afgeweken? Of Nelissen die heeft geduwd? De speaker in Gent durft zich niet te laten verleiden tot een voorbarige uitspraak over wie de Omloop heeft gewonnen.
Met dank aan de BRT
Net als een jaar eerder mag de Belg uiteindelijk omroep BRT bedanken. Was het in 1993 motard Suls, die met zijn onhandige manoeuvre de aanzet gaf tot Nelissens zege, nu is het diens collega Mark Vanlombeek die een steentje bijdraagt. De commentator nodigt de aarzelende jury uit om de televisiebeelden nog eens aandachtig te bestuderen in zijn cabine. De camera’s vanuit de lucht laten er geen misverstand over bestaan. Abdoe zat fout door van zijn lijn af te wijken. Nelissen kon simpelweg niet anders dan zijn hand gebruiken en zich zo een weg banen door de steeds smaller wordende afstand tussen de Oezbeek en de dranghekken. Post haalt opgelucht adem. Terwijl de withete Abdoezjaparov laat weten nooit meer in België aan het vertrek te verschijnen, om een dag later doodleuk weer op te zullen stappen in Kuurne-Brussel-Kuurne, kan sponsor Desmet, net als een jaar eerder, ‘fier’ zijn op de blauwe Historbrigade. Een etmaal later blijkt zijn gemoedstoestand net zo snel te kunnen draaien als de mening van Abdoe. De val van Nelissen in Kuurne-Brussel-Kuurne zet euforie om in rouw. En in paniek. Het incident in het vroege voorjaar van 1994 luidt stilzwijgend de aftocht in van Histor/Novémail uit het peloton en daarmee die van Post. Zonder Nelissen rijdt de ploeg wekenlang als een stel figuranten in de rondte. Enige lichtpuntje is dat de Belg wonderbaarlijk snel herstelt van zijn sleutelbeenbreuk. Twee maanden na de crash staat hij in de Vierdaagse van Duinkerke alweer met de bloemen te zwaaien. Nog eens twee maanden verder sleept Wilfried Nelissen de Belgische titel in de wacht. Opnieuw liggen succes en pech dichtbij elkaar. Een week later knalt de kersverse kampioen tegen het asfalt, zoals een platvloerse uitspraak van Herman Brusselmans op een teer zieltje landt. Nu is Armentières – het is die beruchte sprint in de eerste Touretappe van 1994 – inderdaad plaats van handeling.
