Het eerste WUNDERKIND – Niet Paul Seixas maar Bruno Salzmann
Bert Wagendorp noemde in zijn zaterdagse column op 25 april de jonge Fransman Seixas een ‘wunderkind’. Het is voor schrijver Theo gelijk een trigger, want het eerste ‘wunderkind’ was niet Seixas en ook niet Merckx of een ander groot talent uit de hedendaagse tijd. Nee. Het eerste wunderkind was Bruno Salzmann.
Bruno wie…?
Bruno (geboren in Heidelberg op 2 juli 1883) was de zoon van de Duitse chemicus Dr. Salzmann die in Holland emplooi had gevonden als directeur van de Amsterdamsche Chinine Fabriek (later Brocacef en nu onderdeel van Phoenix). Niet bepaald onbemiddeld dus, onze Bruno, maar hij was helemaal geobsedeerd door het spektakel op de Amsterdamse wielerpiste. De wielerpiste was niet bedoeld voor een familie met de status van Salzmann. Bruno wurmde zich onder dat bourgeois-juk vandaan en begon zijn sportieve fietscarrière. Samen met een van de beste stayers Piet Dickentman vormden ze een tandemkoppel.
====
Over partner Dickentman valt ook wel wat te zeggen. is een van de eerste renners ter wereld die kan leven van de wielersport. Als stayer (rijder achter een gangmaker) speelt zijn wielercarrière zich vooral in Duitsland af. In 1906 en 1910 wint hij alle (!) wedstrijden waaraan hij meedoet. Hij doet echter bijna niet mee aan de Nederlandse Kampioenschappen en vertegenwoordigt zijn land daardoor ook bijna niet op kampioenschappen. Hij zal in zijn leven als goede stayer bergen met goudmarken verdienen. Helaas voor hem gaan die uiteindelijk door de vooroorlogse Duitse hyperinflatie weer in rook op.
===
Piet weet dus waar Abraham de mosterd haalt en dat het geld op de Duitse wielerbanen te verdienen is. De dan 18-jarige Bruno laat zich overtuigen en in 1901 vertrekken ze als tandempaar naar Berlin-Friedenau en winnen gelijk de baankoers over 25 kilometer. Bruno stapt meteen ter plekke over naar de demi-fond, het stayeren achter zware motoren. De tweede plaats op het WK voor amateurs, is het signaal om een proflicentie aan te vragen. Hij is maar klein van stuk en best tenger (schmächtig zeiden ze daar) vandaar dat hij vanwege zijn prestaties het predicaat Das Wunderkind opgeplakt krijgt.
Vanaf 1902 tot 1913 rijdt Bruno als professioneel rolrijder. Veelal op de Duitse banen, maar ook in ons land laat hij zich gelden. Hij verdient als subtopper, met een rits van ereplaatsen, een dikke boterham. En met waarschijnlijk ook nog wat financiële back-up van thuis poseert hij vol trots in zijn “rennerskamer” in Amsterdam. Met zelfs twee gangmaakmotoren in eigendom en aan de wand wervende affiches van zijn optredens.
In 1906 trouwt hij volgends de burgerlijke stand van Berlin-Zehlendorf met Jansje Mulder, de zuster van Jan Mulder van de fameuze gelijknamige “quint Mulder”, waartoe ook Dickentman ooit behoorde (quint is een vijfzitter baanfiets; red.).
Gek genoeg is over dit Wunderkind weinig meer vernomen na zijn carrière. Op openbare encyclopedie site Wikipedia wordt melding gemaakt van het feit dat het echtpaar Salzmann-Mulder in de periode na 1913 naar Nuerenberg is vertrokken en dat (naar wij aannemen) Bruno in een fietsfabriek werkte. Mogelijk zijn de Goudmarken van Bruno net als die van zijn tandempartner Paul in rook opgegaan.
De titel Wunderkind komt hem los van zijn prestaties ook toe. In die periode waren de wielerbanen een gevaarlijke plek. Coureurs én gangmakers lieten niet zelden het leven op de baan. De tengere Salzmann mag dus blij zijn dat hij niet gestorven is in het harnas.
Maar een ding is zeker: hij was ruim 120 jaar voor Seixas ‘het Wunderkind’. En dat nemen ze ‘m nooit meer af.



