De meest memorabele Nederlandse Vuelta-prestaties (5): Mathieu Hermans zes zeges in 1988
Tijdens de Vuelta van dit jaar blikt HetisKoers.nl dagelijks terug op de meest memorabele prestaties van Nederlandse renners. Volkomen subjectief en arbitrair tellen we een top 25 af. De vijfde plaats is voor de landgenoot die in 1988 liefst zes ritzeges boekt in Spanje, Mathieu Hermans.
Simpele sprints
Eigenlijk zijn de prestaties van Mathieu Hermans in de Vuelta jarenlang te kort gedaan. De Brabantse sprinter, die in zijn hoogtijdagen steevast uitkomt voor Spaanse werkgevers, krijgt jarenlang te horen dat die massaspurts in de ronde op het Iberisch schiereiland niet zo gek veel voorstellen. Door de plaats die de Vuelta aan het einde van de jaren ’80 inneemt op de internationale wielerkalender – de ronde wordt tot en met 1994 in april en mei verreden en concurreert daardoor rechtstreeks met de voorjaarsklassiekers en met de Giro, die niet veel later van start gaat – en het nooit helemaal vlakke parcours, staan er altijd relatief weinig sprinters aan de start. Hermans heeft dus niet zo gek veel concurrentie als een etappe in een massale aankomst eindigt. Maar dan moet je als spurter de klus nog wel zien te klaren en daar slaagt de Nederlander buitengewoon goed in.
Unieke prestatie
Het winnen van zes etappes, in de Vuelta van 1988, is een tamelijk unieke prestatie. In de geschiedenis van de ronde slagen er maar drie renners in om nog vaker als eerste aan te komen in een enkele editie. Je hebt immers altijd baas boven baas. Freddy Maertens schrijft in 1977 liefst dertien van de in totaal 21 etappes op zijn naam. De Belg wint ook het eindklassement. Delio Rodríguez meldt zich in 1941 twaalf keer als ritwinnaar. Een jaar later heeft de Spanjaard in acht ritten prijs, net als in 1947. Rik Van Looy wint in 1965 ook achtmaal en in 1994 komt Laurent Jalabert tot zeven. Na hen volgt een groepje, dat elk zes keer zegeviert in één Vuelta. Hermans is een van hen, naast onder anderen Tony Rominger en Eddy Merckx.
Andere tactiek
Wie denkt dat de Nederlander zijn zes overwinningen in de Vuelta van 1988 allemaal wint in een massaspurt, komt bedrogen uit. Na al viermaal te hebben bewezen dat rappe mannen als Malcolm Elliott, Manuel Jorge Domínguez en Sean Kelly – de Ier zal dat jaar het eindklassement van de Vuelta winnen – lang niet zo snel zijn als hij, kiest Hermans in de zestiende etappe een andere tactiek. Hij sluipt mee met een groepje vluchters. Zodra zijn vaste meesterknecht Erwin Nijboer dat in de gaten krijgt, sluit die zelf ook aan. Het zorgt ervoor dat de Nederlandse tandem van de Spaanse Caja Rural-ploeg met niet meer dan vier renners hoeft af te rekenen in de straten van aankomstplaats Albacate. Mauro-Antonio Santaromita, Jean-Claude Bagot en Claudio Chiappucci staan bovendien niet bekend om hun sprinterskwaliteiten. Alleen de Belg Benny Van Brabant lijkt op papier een geduchte concurrent. Het is echter niet een van de koplopers, maar het lot dat het Hermans nog even knap lastig maakt om een volgende ritzege te boeken. Terwijl Nijboer in de slotkilometer het tempo hoog houdt, tikt zijn kopman in een haakse linkerbocht het achterwiel van Van Brabant aan. Hermans tuimelt van zijn fiets. In een fractie van een seconde staat hij weer overeind en springt, met dank aan zijn jarenlange ervaring als veldrijder, behendig weer op zijn zadel. Nijboer heeft de val achter zich horen gebeuren. De Tukker houdt onmiddellijk zijn benen stil, wacht tot Hermans in zijn wiel zit en begint aan een korte klopjacht op het viertal, waarvan er drie de vallende Nederlander maar net hebben kunnen ontwijken.
Onbekende Italiaan
Binnen een halve minuut is het tweetal al weer terug in de kopgroep, waar ook niet echt doorgereden wordt. Hermans kan alsnog sprinten voor zijn vijfde ritzege en blijkt genoeg reserves over te hebben om dat met succes te doen. Chiappucci geeft het beste partij en denkt zelfs heel even gewonnen te hebben, maar de dan nog onbekende Italiaan, die in 1990 zal doorbreken in de Tour, wordt nipt afgetroefd door Hermans. De Brabander zal vijf dagen later, als het peloton Madrid bereikt, nogmaals een massaspurt winnen en zo zijn zesde dagzege opeisen. De reeks is een mooie lange neus naar de Nederlandse ploegen. Die zien het enkele jaren eerder, als Hermans prof wil worden, niet in hem zitten. Daardoor wijkt de teleurgestelde renner naar Spanje uit. In eerste instantie om bij de Orbea-ploeg te knechten voor Pedro Delgado op het vlakke. De twee hebben immers dezelfde fietsmaat. Al snel komen echter Hermans’ spurterskwaliteiten aan het licht en wordt hij als kopman in massasprints uitgespeeld. Een jaar na zijn zes Vuelta-ritzeges levert hem dat nog eens drie etappeoverwinningen op in de ronde. In de Tour schiet Hermans meestal te kort. Slechts een keer, in 1989, wint hij een rit. Later zal hij toegeven dat door zijn inspanningen in de Vuelta het beste er vaak al af was als de Tour begon. Precies dat zorgt ervoor dat Hermans’ prestaties jarenlang te kort worden gedaan.
