Foto Sirotti

Wielercultuur

“Demarreren op de Cipressa”: de jarige Colombo en zijn Milaan-Sanremo zege in 1996

Een korte vertwijfeling schiet door het lijf van Gabriele Colombo. Wordt de pas 23-jarige donkerblonde Italiaan nu door zijn ploegleider in de maling genomen, of is er sprake van bittere ernst? Een tiental seconden denkt de renner aan het eerste. Verwacht hij dat zijn ploegleider ieder moment in een bulderende lach kan uitbarsten, om vervolgens grijnzend toe te geven een grap te hebben uitgehaald. Dat moment blijft echter uit. Emanuele Bombini is er ook het type niet voor om lukraak grappen af te vuren op zijn renners. Zeker niet op een van de belangrijkste avonden van het wielerseizoen. De vooravond van Milaan-Sanremo.

Het is 1996 en de ploegleider van Gewiss wil niets liever dan zijn geldschieter plezieren met een nieuwe overwinning in de monumentale klassieker, die in zijn thuisland liefkozend ‘La Primavera’ – ‘de lente’ – wordt genoemd. Twee jaar eerder had zijn blauwgekleurde brigade stevig huisgehouden. Niet alleen in de koers aan de Ligurische Zee, maar nagenoeg het gehele seizoen. Giorgio Furlan had de Tirreno-Adriatico en vervolgens Milaan-Sanremo gewonnen, Jevgeni Berzin Luik-Bastenaken-Luik en de Giro, Moreno Argentin de Waalse Pijl en outsider Vladislav Bobrik de Ronde van Lombardije. Het is dat er in 1994 ene Miguel Induráin bestaat, anders zou Gewiss met Pjotr Oegroemov zelfs de Tour hebben weten te winnen. Het jaar nadien pakken de manschappen van Bombini door, al is de dominantie van de ploeg minder groot. Bovendien hebben de vele successen ertoe geleid dat Gewiss niet alle vedetten binnen boord heeft kunnen houden. De eindeloos lijkende reeks bonussen en salarisverhogingen bespoedigden het haarverlies van de toch al vroeg kalende Bombini nog wat meer. Vandaar dat de ploegleider Furlan, Oegroemov en de eveneens sterk rijdende Bjarne Riis eind 1995 had moeten laten gaan. Veteraan Argentin was inmiddels gestopt. Alleen Berzin was Gewiss trouw gebleven. Bombini is naarstig op zoek naar jonge renners, die hij het vertrouwen kan geven voor eigen kans te mogen rijden. Het is de reden dat hij, tijdens de ploegbespreking aan de vooravond van de 87ste editie van Milaan-Sanremo, zijn renners mededeelt dat Berzin slechts de rol van luxe-knecht krijgt toebedeeld. Twee jonge talenten zullen in de bijna 300 kilometer lange koers als kopman worden uitgespeeld. Stefano Zanini is de vooruitgeschoven pion als het op een sprint aankomt op de Via Roma. Voor die tijd krijgt Colombo van zijn ploegleider alle kansen zijn concurrenten af te schudden.

Onverwacht vertrouwen

Ondanks dat de jonge Italiaan zichtbaar verrast is met het in hem gestelde vertrouwen, komt de keuze van Bombini niet helemaal uit de lucht vallen. Colombo is in 1996 aan een uitstekend voorjaar bezig. De renner van Gewiss is in februari vierde geworden in de semi-klassieker Trofeo Laigueglia, won vervolgens zowel de openingsetappe als het eindklassement van de Giro di Calabria en had in de Tirreno-Adriatico bewezen ook op het hoogste niveau met de besten mee te kunnen. De derdejaars prof was vijfde geworden in de eindrangschikking. Het waren resultaten die thuis in Varese met vreugde waren begroet. Vader Ambrogio had aanvankelijk liever gezien dat zijn zoon boekhouder was geworden, net als hijzelf na zijn rennersloopbaan, maar was nu toch wel trots dat Gabriele hem niet in zijn tweede, maar juist in zijn eerste carrière is gevolgd. Zelf was ‘papa Colombo’ in de jaren ’70 ook profrenner geweest. In dienst van de befaamde Molteni-ploeg mocht hij onder anderen Michele Dancelli, Rudi Altig en Ab Geldermans ‘ploeggenoot’ noemen. Ook opa Luigi Macchi, van moederskant, was renner en stond voor de Tweede Wereldoorlog aan de start van talloze grote koersen, waaronder de Giro en Milaan-Sanremo. Dat gegeven maakt Gabriele’s debuut in de eerste monumentale klassieker van het seizoen sowieso al speciaal. Nu wordt hij tot zijn verrassing ook nog eens door zijn ploegleider van Gewiss tot kopman gebombardeerd.

Demarrage op Cipressa

De instructies die Bombini zijn oogappel meegeeft zijn even kort als krachtig. ‘Demarreren op de Cipressa’ krijgt Colombo ingefluisterd. Het is een weloverwogen tactiek van de Gewiss-ploegleider en met terugwerkende kracht, want de winnaar heeft vanzelfsprekend altijd gelijk, een meesterzet. De Cipressa is op dat moment al jaren niet meer van doorslaggevende betekenis voor de afloop van Milaan-Sanremo en dus zal geen van de favorieten op een aanval rekenen. Of die laten begaan, in het vertrouwen dat de uitlooppoging in de resterende kilometers teniet zal worden gedaan. Colombo houdt stevig vast aan het advies van Bombini en schaadt diens vertrouwen allerminst. De Italianen hebben bovendien het geluk dat er geen koplopers meer vooruit rijden als de eerste hellende meters van de Cipressa opdoemen. Precies volgens het bedachte strijdplan ontbindt Colombo halverwege de klim zijn duivels. Slechts drie renners springen mee. Oleksandr Hontsjenkov, Michele Coppolillo en Max Sciandri erkennen het gevaar. De aanwezigheid van laatstgenoemde bezorgt Colombo, zodra hij eens over zijn schouder blikt en monstert welke schade hij aangericht heeft, een koude rilling over zijn rug. De Italiaanse Brit – Sciandri bezit een dubbel paspoort en heeft er in 1996 voor gekozen op een Engelse licentie te rijden, zodat hij zeker is van deelname aan de Olympische Spelen; het zal hem een bronzen plak opleveren – beschikt over een sterk eindschot. Colombo zal een sprint moeten zien te vermijden. De Poggio lijkt de uitgelezen plek om die klus te klaren, maar het is pas na de afzink, met minder dan twee kilometer te rijden, dat de ‘kopman’ van Gewiss zijn kans schoon ziet en er tussenuit knijpt. Sciandri aarzelt. De renner met het sterkste eindschot van de vier vluchters vreest de kolen voor Hontsjenkov en Coppolillo uit het vuur te moeten halen om dat vervolgens te bekopen met een aanval van een van hen. Die weifeling wordt hem en zijn beide metgezellen fataal. Colombo is de vogel die gevlogen is. Op de Via Roma, pal na het passeren van de aankomstlijn, valt hij ploegleider Bombini in de armen. Tranen van vreugde en geluk rollen over de wangen van de beide Italianen. De twijfel die Gabriele Colombo een avond eerder nog voelde, toen hij onverwacht tot kopman werd gebombardeerd, had hem onderweg geen seconde parten gespeeld. Precies dat levert hem in Milaan-Sanremo zijn grootste succes op.

Bekijk ook van Vincent de Lijser

“Demarreren op de Cipressa”: de jarige Colombo en zijn Milaan-Sanremo zege in 1996

Wielercultuur

Wat zat er echt in de envelop van Delgado aan de jarige Ivan Ivanov?

Wielercultuur