Foto WikimediaCommons
Hoe Raymond Martin bijna Joop Zoetemelk dwars zat in 1980
De Franse hoop gedurende de bangste dagen in de wielergeschiedenis van het land, dat is Raymond Martin. Het is 10 juli 1980. Als een dief in de nacht heeft Bernard Hinault de Tour verlaten. De winnaar van de twee voorgaande edities heeft weliswaar de gele trui om de schouders, maar kampt met een hardnekkige knieblessure. Het is de verklaring voor het tijdverlies dat hij twee dagen eerder, in een 51 kilometer lange tijdrit, heeft opgelopen. Tussen Damazan en Laplume had Joop Zoetemelk ruim anderhalve minuut van zijn achterstand afgeknaagd en was Hinault genaderd tot op slechts 21 seconden in het algemeen klassement. De Fransman wist genoeg. Zowel de Pyreneeën als de Alpen moesten immers nog komen.
Opgave Hinault
Hinault besloot zichzelf niet alleen meer pijn aan zijn knie te besparen, maar vooral ook gezichtsverlies. Gele trui of niet, de klassementsleider glipte er in de nacht voor de dertiende etappe, van Pau naar Bagnères-de-Luchon over achtereenvolgens de Col d’Aubisque, de Col du Tourmalet, de Col d’Aspin en de Col de Peyresourde, tussenuit. Weg uit de Tour. Naar huis. Pas de volgende ochtend horen zijn collega’s aan de ontbijttafel dat de gele truidrager niet meer in koers is. Ineens is niet Hinault, maar Zoetemelk de klassementsleider. De Nederlander meent echter nog geen aanspraak op het geel te maken en weigert de trui in eerste instantie. Die wil hij pas na afloop van de etappe aantrekken. Mits hij dan nog steeds de algemene rangschikking aanvoert, vanzelfsprekend. Dat blijkt gaandeweg de loodzware Pyreneeënrit gemakkelijker gezegd dan gedaan. Terwijl de Franse wielerfans aanvankelijk treuren om de plotselinge opgave van Hinault, verandert hun teleurstelling al snel in euforie. In de vorm van Martin staat er plotseling een plaatsvervanger op, die een serieuze poging doet om Zoetemelk naar de kroon te steken en alsnog het geel om Franse schouders te houden.
Bedreiging van Zoetemelk
De tweehonderd kilometer lange bergetappe is nog maar net halverwege als Martin het avontuur kiest. In eerste instantie roept Zoetemelk zijn oud-ploeggenoot onmiddellijk tot de orde, maar als de Fransman opnieuw demarreert wordt duidelijk dat ‘Onze Joop’ geen al te beste dag kent. Die constatering is koren op de molen van de Miko-Mercier-ploeg. Een jaar eerder was Zoetemelk zelf nog de kopman geweest van het Franse team en hadden Martin, Sven-Åke Nilsson en Cédric Seznec hem naar een tweede plaats in het eindklassement, achter Hinault, gegidst. In de winter was de Nederlander echter overgestapt naar het TI-Raleigh van ploegleider Peter Post, waardoor zijn voormalige knechten waren getransformeerd in concurrenten. Weliswaar kijken ze halverwege de Tour van 1980 alle drie tegen een respectabele achterstand op Zoetemelk aan, een coup in de Pyreneeën kan dat zomaar veranderen. Zeker omdat TI-Raleigh collectief een ‘offday’ lijkt te hebben. Dat sprinter Jan Raas en zijn trouwe luitenant Cees Priem in de eerste, de beste bergetappe in de bezemwagen stappen is in de loop der jaren eerder regel dan uitzondering gebleken. Dat Zoetemelks belangrijkste helpers, Johan van der Velde en Henk Lubberding, vroeg in de etappe de grootst mogelijke moeite hebben de favorietengroep te volgen was echter niet voorzien. Het dwingt Post tot andere middelen om Zoetemelks gele trui veilig te stellen.
Raas in optima forma
In zijn boek De Tour van ’80 doet Mart Smeets uit de doeken hoe de ploegleider van TI-Raleigh zijn volgwagen op de steile en smalle Pyreneeënwegen naast die van Jean-Pierre Danguillaume manoeuvreert. Op weinig diplomatieke wijze zou de Nederlander zijn collega, die de scepter zwaait over Miko-Mercier, hebben voorgesteld dat Martin best onbedreigd naar de ritzege mocht fietsen, maar vooral niet te veel tijd op Zoetemelk diende terug te winnen. Een theorie dat Post de Franse renner zelf zou hebben toegebruld het vooral niet in zijn hoofd te halen om volle bak naar de aankomst te rijden, wordt onmiddellijk ontkracht in hetzelfde boek van Smeets. Feit is in elk geval dat Martin inderdaad de etappe naar Bagnères-de-Luchon wint, met dik drie minuten voorsprong op zijn beide ploeggenoten Nilsson en Seznec. Zij onderstrepen de overmacht van hun Franse werkgever door als tweede en derde te finishen. Zoetemelk krijgt onderweg weliswaar meermaals met een moeilijk moment te kampen, maar verliest zijn twee oud-ploeggenoten van Miko-Mercier niet uit het oog. Het tijdverlies valt alleszins mee. Martin rukt weliswaar op naar de derde plaats in het algemeen klassement, zijn achterstand bedraagt nog altijd vier en een halve minuut. In de resterende negen Touretappes zal daar alleen maar meer tijd bijkomen. De mindere dag van Zoetemelk blijkt gelukkig een eenmalig incident. De Nederlander zal relatief onbedreigd de Tour van 1980 winnen. Ruim voor runner-up Hennie Kuiper en voor Raymond Martin. De Franse hoop in bange dagen consolideert zijn derde plaats en neemt bovendien de bolletjestrui van het bergklassement mee naar huis. Ondanks de opgave van Hinault valt er voor zijn landgenoten dankzij hem toch nog iets te juichen in Parijs.
Foto WikimediaCommons