Massimo Ghirotto’s bijzondere etappe overwinning in Guzet-Neige in Tour 1988
Een schaapachtige lach openbaart zich op het gelaat van Massimo Ghirotto. Enigszins ongemakkelijk neemt de vroeg kalende Italiaan de loftuitingen die hem ten deel vallen, in ontvangst. Een bos bloemen. Blikje cola. Zoenen van de ronde missen. Ghirotto ondergaat de huldiging met gemengde gevoelens. Natuurlijk, hij was enkele minuten eerder als eerste over de aankomstlijn, die het einde van de veertiende Touretappe van 1988 markeerde, gereden. In dat opzicht is hij de terechte winnaar van de bergrit die finisht in skioord Guzet-Neige.
De gelukkige winnaar
De beste van de dag was Ghirotto echter niet geweest. Ook niet eens de slimste. De reden dat hij zich als etappewinnaar mag melden op het erepodium is een combinatie van een ferme dosis geluk, een onduidelijk gebaar van een Franse politieagent en een moment van onachtzaamheid bij twee andere renners. Het had er voor gezorgd dat Ghirotto op slechts tweehonderd meter van de finish plotseling in gewonnen positie was beland. Even eerder had hij, op de laatste steile stroken van de zes kilometer lange – als je de aanloop ervoor, die Col de Latrape heet, tenminste niet mee rekent – Pyreneeënreus, juist geen antwoord paraat toen Philippe Bouvatier en Robert Millar versnelden. Door zijn slungelige lijf en, in elk geval voor een renner, forse lichaamsbouw staat de Italiaan in het peloton niet bepaald te boek als klimmer. Het was sowieso al een prestatie dat hij, in tegenstelling tot de meeste anderen die deel uitmaakten van een vroege vluchtgroep, lang met de besten mee omhoog kon. In de finale bleek een ritzege echter snel al snel een fata morgana. Bouvatier en Millar versnelden en gingen uitmaken wie zich etappewinnaar mocht noemen. Voor Ghirotto bleef er niet meer over dan een derde plek in de daguitslag. Tenminste, zo leek het op enkele honderden meters voor de finish. Maar dan gebeurt er iets dat de uitkomst van de bergetappe naar Guzet-Neige honderdtachtig graden doet draaien en waardoor de Italiaan de rit alsnog wint.
Monsieur Pothier
Terwijl de kopgroep aan de slotklim begint, is gendarme Jean-François Pothier alvast op zijn vaste plaats op de aankomststraat gaan staan. De Franse agent fungeert tijdens de Tour van 1988 als kruispuntwachter. Elke dag staat hij op een paar honderd meter van de meet geposteerd om volgauto’s en -motoren naar de coulissen van de ronde te dirigeren. Zij buigen af, zodat de renners ruim baan krijgen om de finishlijn te passeren. Het is geen ingewikkelde klus voor de agent. Soms moet Pothier zijn gebaren wat kracht bij zetten door op zijn fluitje te blazen of door met z’n rechterlaars boos op de grond te stampen, maar dat gebeurt hoogstens als hij een nieuwe bestuurder treft. De meesten weten al lang wat de bedoeling is. Net als voor Pothier, die op dat moment al veertien jaar deel uitmaakt van de Tour, is het afbuigen van het parcours voor ploegleiders en volgers routine. Zoals renners weten dat zij juist de andere kant op moeten. Op de top van Guzet-Neige gaat het echter helemaal mis. Ondanks dat Pothier, zoals iedere dag, ondubbelzinnig gebaart dat de auto’s en motoren naar rechts moeten en de renners naar links, om zo de laatste hellende meters naar de aankomst te trotseren, gaan Bouvatier en Millar in de fout. De Fransman werd in zijn eerste jaren in het profpeloton aangezien voor een potentiële opvolger van Jacques Anquetil en Bernard Hinault, maar heeft die torenhoge verwachtingen nooit kunnen waarmaken. Het winnen van een bergetappe in de Tour zou een mooie manier zijn om zijn eer nog enigszins te redden. Ook Millar zit te springen om een dagsucces. De Schot is aan het begin van het seizoen overgestapt van Panasonic naar Fagor, maar weet nog geen vruchten te plukken van die transfer. Beide renners verkeren in de veronderstelling de ander te kunnen kloppen.
Rechtsaf in plaats van linksaf
Van een sprint à deux komt het echter niet op Guzet-Neige. Blind voor de gebaren van Pothier en doof voor het snerpend hoge geluid dat het fluitje van de gendarme produceert, buigt Bouvatier af naar rechts in plaats van de linkerbocht te nemen. Met Millar enkele fietslengten achter hem rijdt de Fransman uit de Spaanse BH-ploeg een parkeerterrein op. Niet ver achter het tweetal ziet Ghirotto precies wat er gebeurt. De Italiaan had zich al verzoend met een nederlaag, maar nu hij plotseling een kans voor open doel krijgt, schakelt hij onmiddellijk een tandje lichter en verhoogt zijn pedaaltred. Snel stuurt hij zijn fiets onderlangs de linkerbocht in. Pas op dat moment draaien Bouvatier en Millar weer om, in een poging nog te redden wat er te redden valt. Doordat hij enkele meters achter zijn Franse opponent reed, kan de Schot eerder keren en dus hoeft Millar minder ver terug te rijden dan Bouvatier om weer op het parcours terecht te komen. Hij doet nog een verwoede poging Ghirotto bij te halen, maar het is te laat. De Italiaan wint. Zijn rechterarm maakt een gebaar dat meer op een verontschuldiging lijkt dan op een uiting van vreugde.
Huldiging
Met een schaapachtige lach om zijn mond meldt de renner van Carrera zich even later op het podium om zich te laten huldigen. Ondertussen steekt Bouvatier de hand in eigen boezem. Had hij maar moeten zorgen de slotmeters beter te kennen, erkent hij open en eerlijk tegenover de gretig notulerende journalisten. Als pleister op de wonde zal hij van de chauvinistische Tourdirectie die avond wel de prijs krijgen die elke etappewinnaar toekomt, een gloednieuwe Peugeot 205. Ook Ghirotto ontvangt die. Vanzelfsprekend. Millar daarentegen gaat, om presentatrice Chazia Mourali van het vroegere televisiespel De Zwakste Schakel te citeren, ‘naar huis met niets’. In de optiek van de wedstrijdleiding zou Bouvatier de etappe onder normale omstandigheden gegarandeerd hebben gewonnen, met name omdat hij op kop reed toen hij met Millar de verkeerde richting koos. Om die reden is hij de ‘morele winnaar’ van de dag en komt hem een prijs toe. De echte winnaar van de veertiende Touretappe is echter de renner die wél meteen de juiste weg naar de top van Guzet-Neige wist te vinden. Dat is Massimo Ghirotto.
