Foto Sirotti
Terug in de tijd: het jaar 1997 toen de jarige Rolf Sørensen De Ronde won
Een loopbaancoach, die in de eerste helft van de jaren ’90 actief is, zou een meer dan goede cliënt hebben gehad aan Rolf Sørensen. De Deen loopt namelijk vast bij zijn werkgever, maar is te angstig om op te geven wat hij heeft. In het diepe te springen en een nieuwe uitdaging aangaan, ziet hij niet zitten. Nooit oude schoenen weggooien voordat je nieuwe hebt, is zo’n tegeltjeswijsheid die, vertaald in het Deens, Engels of Italiaans, heel goed boven de keukentafel in zijn rennerswoning zou kunnen hangen. Sørensen schuwt het avontuur. Laat staan dat hij een onnodig risico durft te nemen en alles dat hij heeft overboord gooit. Een dik contract bij de MG Maglificio-ploeg, de beste begeleiding, aangenaam Italiaans trainingsweer, ploeggenoten en stafleden die hij al jaren kent als zijn broekzak. De renner voelt zich thuis. Maar toch wringt er iets. Sørensen heeft het gevoel niet het maximale uit zijn loopbaan te kunnen halen bij zijn Italiaanse werkgever. Enkele jaren eerder had hij weliswaar meerdere uitstekende seizoenen gedraaid bij ploegen als Ariostea en Carrera, met een monumentale zege in Luik-Bastenaken-Luik in 1993 als hoogtepunt, de Deen heeft het gevoel meer in zijn mars te hebben. Bij zijn ploeg moet hij het kopmanschap echter altijd delen. Davide Rebellin, Pascal Richard, Gianni Bugno, Davide Cassani, Max Sciandri, Fabio Baldato; het zijn stuk voor stuk renners die een klassieker kunnen winnen en die er met hun aanwezigheid voor zorgen dat Sørensen niet vanzelfsprekend als meest vooruitgeschoven pion op het schaakbord van ploegleider Giancarlo Ferretti staat. Als de Deen vaker in kansrijke positie wil komen in een ploeg die meer om hem draait, moet hij verkassen. Het veilige opgeven voor het onbekende.
Die angst is de reden dat Sørensen Jan Raas al vier keer vriendelijk heeft afgewimpeld. De Zeeuwse ploegleider ziet in de Deen een ideale klassiekerkopman. Een afmaker bovendien, die zijn WordPerfect- en vervolgens Novell-ploeg aan grote zeges moet kunnen helpen. Na de overwinningen van Edwig Van Hooydonck (Ronde van Vlaanderen) en Frans Maassen (Amstel Gold Race), allebei in 1991 en nog namens Raas’ danmalige sponsor Buckler, zijn de echt grote successen voor de ploeg in hoog tempo opgedroogd. Vandaar dat de kalende ploegleider zit te springen om een onbetwiste kopman voor het eendaagse werk. Die ziet hij in Sørensen. In Raas’ succesjaar 1991 was de Deen in Italiaanse dienst in liefst vier Monumenten bij de beste vijf geëindigd. Naast zijn zege in Luik-Bastenaken-Luik van twee jaar later had Sørensen intussen bovendien tweemaal Parijs-Brussel weten te winnen, evenals Parijs-Tours en Rund um den Henninger Turm. Vandaar dat Raas hem al enige tijd achterna loopt, zoals een verliefde puberjongen achter het mooiste meisje van de klas aan zit. In beide situaties is het resultaat hetzelfde. Er wordt bot gevangen. Sørensen durft hetgeen hij heeft bij zijn Italiaanse werkgevers niet op te geven voor een Nederlands avontuur. Tot de Deen in het najaar van 1995 alsnog overstag gaat. In de grote klassiekers heeft de teleurgestelde renner meermaals verstrikt gezeten in het ploegenbelang van MG Maglificio, waardoor hij, in plaats van mee te strijden om de winst, veroordeeld was een poging van Richard, Baldato of Bugno te beschermen. De situatie gaat ten koste van zijn eigen palmares. Wil Sørensen nog eens een vette vis binnen hengelen, dan zal hij zijn angst voor het onbekende terzijde moeten schuiven.
Dat gebeurt als Raas hem verleidt met een nieuwe hoofdsponsor. De Zeeuw heeft Rabobank gestrikt als nieuwe geldschieter en daarmee is het beschikbare budget aanzienlijk verhoogd. Het geeft de ploegleider de kans Sørensen een soortgelijk salaris als in Italië te bieden. Bovendien kan hij met Johan Bruyneel en Erik Breukink een schat aan ervaring binnenhalen en de garantie afgeven dat de werkwijze van de ploeg net zo professioneel zal zijn als de Deen in Italië is gewend. Sørensen gaat overstag. Niet driemaal, maar vijfmaal blijkt scheepsrecht. Als eind januari 1996 de ploegenpresentatie van het nieuwe team plaatsvindt, uiteraard bij het Utrechtse hoofdkantoor van de nieuwe sponsor, staan Raas en Sørensen gebroederlijk naast elkaar. Vol vertrouwen blikken de twee vooruit naar het aanstaande seizoen. Een echt vette vis vangt de Deense klassiekerkopman dat jaar nog niet voor zijn nieuwe ploeg, al bezorgt hij Rabobank wel een ritzege in de Tour. In het voorjaar van 1997 slaat Sørensen alsnog toe. In de Ronde van Vlaanderen rijdt hij de hele dag alert van voren en kan bovendien op de onvoorwaardelijke steun rekenen van zijn grotendeels Nederlandse ploeggenoten. Een kopgroepje, waarvan Sørensen deel uitmaakt, krijgt op de Muur van Geraardsbergen gezelschap van enkele anderen, onder wie sterke sprinters als Frédéric Moncassin en Andrei Tchmil. Een tiental kilometer verderop besluit de Rabo-renner niet langer af te wachten hoe rapper geachte renners hem naar de slachtbank leiden. Als uitgerekend topspurter Moncassin net na de Bosberg probeert een sprint te ontlopen, is de Deen alert. Ook Franco Ballerini glipt mee. Bij het ingaan van de slotkilometer in finishplaats Meerbeke besluit Sørensen zijn twee medevluchters te verrassen. Vanuit laatste positie snelt hij Moncassin en Ballerini voorbij, slaat een gaatje en is alleen weg. Het tweetal weigert de kolen voor elkaar uit het vuur te halen. Amper een minuut later is de Deen de trotse winnaar van de Ronde van Vlaanderen. De vette vis is binnen. Zowel voor Raas en Rabobank als voor Rolf Sørensen zelf. Door zijn angst voor het onbekende opzij te zetten en een nieuw avontuur aan te gaan, boekt hij zijn mooiste overwinning.
Foto Sirotti
Foto Sirotti