Foto A.S.O./Charly López
Etappe 4 Tour de France 2026: eerste vrijbrief voor de vluchters richting Foix
De van Carcassonne naar Foix levert 181,9 kilometer op met twee serieuze beklimmingen en een lange aanloop na de top. Dit is bepaald geen dag voor sprinters, wel voor de vluchters. Of…krijgen we toch weer het scenario van controle en een strijd in het klassement?
De middeleeuwse vestingstad Carcassonne ligt op dinsdag 7 juli achter het peloton wanneer het koers zet richting de Ariège, over ruige wegen door het Katharenland. Ik moet toch altijd aan ‘kattenharen’ denken, maar dat is historisch wat ongevoelig. Enfin, Carcassonne dus, als startplek, een tourklassieker, voor zowel start als finish. Aan het eind wacht Foix, 181,9 kilometer verderop, een stadje dat in de Tour altijd het domein was van de ontsnappers. De pure sprinters zullen deze niet mee kunnen. Of de mannen van het algemeen klassement zich afzijdig houden, hangt af van de stand. Er zijn tenslotte bonificaties van 10, 6 en 4 seconden aan de finish te pakken. Voor een goede vlucht liggen er kansen.

Parcours en sleutelmomenten
In 2022 reed het peloton ook al een etappe tussen Carcassonne en Foix. Het parcours was toen vergelijkbaar, al waren de beklimmingen van een categorie hoger (twee keer 1e categorie) en lag de etappe in de finaleweek, in plaats van nu al na vier dagen. Het feit dat Hugo Houle de etappe won is interessant, omdat het een vluchter betrof, maar het zegt weinig tot niks voor deze etappe.
De eerste helft van de rit is heuvelachtig zonder echt zwaar te zijn. De Col de Bedos en de Col du Paradis (5,8 km aan 4,1%) zijn misschien voor sprinters wat lastig, maar ze bieden vooral aan de vlucht de kans om een groepje te vormen. Bij Quillan, op 88,5 kilometer van de meet, ligt de tussensprint die met 25 punten voor de groene trui extra motieven geeft aan snelle aanvallers om mee te glippen. Hier kunnen sprinters met extra punch proberen om alvast mee te zitten in een groepje en zich dan langzaam uit te laten zakken. Dat zal nog een extra dimensie kunnen zijn in deze geaccidenteerde rit.
Lange finale
De finale begint op zo’n 95 kilometer van het eind. Eerst de Col de Coudons (10,7 km aan 5,5%), een categorie-2-beklimming die fungeert als eerste echte schifting. Het is lang genoeg en steil genoeg om de kopgroep te halveren, maar niet zo zwaar dat het peloton er koste wat kost wil achterhalen. Na de top volgt een plateau waar de tactiek begint: wie versnelt, wie bewaart, wie blokkeert?
Dan de Col de Montségur (5,6 km aan 6,8%), het lanceerplatform van de dag. Het steilere gemiddelde beloont de puncheurs en berggeiten die al in de vlucht zitten. De top ligt op 35,2 kilometer van de finish, en precies die afstand maakt de etappe tactisch geladen. Een aanvaller kan solo doorgaan op de afzink richting Foix, maar het peloton heeft in theorie nog tijd om te organiseren. Die onzekerheid is het wapen van de vluchter: als de jacht twijfelt, kan een kleine voorste groep standhouden.
De laatste dertig kilometer dalen geleidelijk naar het dal van de Ariège. Geen beklimmingen meer, wel een steekspel tussen kopgroep en achtervolgers dat zich pas in de slotkilometers ontvouwt.
Wie maakt hier werk van?
De meest logische renner die hier wat zou kunnen is een type als Ben Healy, de Ierse aanvaller van EF Education–EasyPost. Het parcours past goed bij zijn profiel: zwaar genoeg om te selecteren, ver genoeg na de laatste col om een solo te rechtvaardigen. Healy won vorig jaar een Tour-etappe op vergelijkbare wijze en ondanks zijn negende plaats in het eindklassement is hij nog altijd een renner voor de aanval. Zijn ploeggenoot Richard Carapaz geeft EF een tweede troef in de vlucht, al zullen de klassementsploegen de gevaarlijke Carapaz niet zomaar laten gaan.
In de categorie puncheur-aanvaller hopen we toch altijd nog op Julian Alaphilippe (Tudor Pro Cycling Team). De Fransman heeft op dit soort parcoursen al vaker bewezen dat hij op een col van zes, zeven procent het verschil kan forceren. Tom Pidcock (Pinarello Q36.5) en Quinn Simmons (Lidl-Trek) zijn soortgelijke types die het liefst van ver koersen.
Onder de klimmende vluchters verdienen Lenny Martinez (Bahrain–Victorious), Warren Barguil (Team Picnic PostNL), Pablo Castrillo (Movistar Team) en Harold Tejada (XDS Astana Team) vermelding. Zij hebben de benen voor de cols en de motivatie van ploegen die in de eerste Tourweek een etappezege najagen.
Voor het lange spel na de top van Montségur, waar tijdritbenen en kopwerk tellen, zijn Matej Mohorič (Bahrain–Victorious), Magnus Cort (Uno-X Mobility), Tim Wellens (UAE Team Emirates – XRG) en Victor Campenaerts (Team Visma | Lease a Bike) logische medevluchters.
De ploegen rond Tadej Pogačar, Jonas Vingegaard en Remco Evenepoel zullen deze dag vermoedelijk vooral gebruiken voor koerscontrole en veiligheid. Dat geeft de vlucht extra lucht.
Foix houdt van durvers
Het is 2022 als Hugo Houle na een solo van veertig kilometer als eerste over de streep komt in Foix. “Deze is voor mijn broer”, roept de Canadees na afloop. Zijn broer Pierrik kwam tien jaar eerder om het leven na een aanrijding door een dronken chauffeur. Houle, die tegenwoordig rijdt voor Alpecin–Premier Tech, zocht destijds zelf naar zijn broer en vond hem levenloos langs de weg. De zege in Foix was het slotstuk van een droom die begon toen de twee broers als kinderen samen naar de Tour keken.
Houle is niet de enige opportunist die hier won. Ook Kurt-Asle Arvesen, Luis León Sánchez en Warren Barguil schreven hun naam in het aankomstboek van het stadje onder het kasteel. Op 7 juli 2026 staat het Kasteel van Foix opnieuw te wachten op het peloton. Wie de kasteelheer als eerste mag ontvangen? Dat weten rond de klok van vijf op de dag.