De grootste blunder uit de carriere van de jarige Fons De Wolf
Fons De Wolf was veel tijdens zijn actieve loopbaan. Veelbelovend talent. Klassiekerkoning. De nieuwe Merckx. Wegkapitein. Noem een vaak gebruikte term in de wielerwereld en met een beetje fantasie valt die op de Belg te plakken. Een ding is De Wolf uitgesproken niet. Ronderenner. Zodra er een koers over meerdere etappes moet worden verreden, blijft hij liever thuis. Iets dat vanzelfsprekend niet altijd kan. Tegen wil en dank wordt De Wolf meermaals naar een grote ronde gestuurd. Al is de afkeer aan het begin van zijn uiteindelijk twaalf jaar durende loopbaan nog lang niet zo groot als aan het einde.
Bijnaam om snel te vergeten
Twee keer start hij in La Vuelta. Bij zijn debuut in 1979 wordt hij zelfs fraai negende en wint liefst vijf etappes. In Vlaanderen hoort men in gedachten de leeuw al brullen en dagdroomt men van de opvolger van Eddy Merckx, Lucien Van Impe of Johan De Muynck. Die laatste heeft een jaar eerder de Giro gewonnen en mag zich, totdat Remco Evenepoel in 2022 de Vuelta op zijn naam schrijft, liefst drie en een half decennium lang de laatste zuiderbuur noemen die een grote ronde op zijn palmares liet noteren. Vele gedroomde winnaars na hem slaagden er niet in de prestatie van De Muynck uit de boeken te fietsen. Ook De Wolf niet. Hij zal in 1985 nog een tweede keer in de Spaanse ronde aantreden en er zowaar nog een etappe winnen. In de Giro is De Wolf minder succesvol. Hij voltooit driemaal de expeditie door Italië, maar zonder beklijvende resultaten. In de Tour verschijnt hij vijf keer aan de start. Bij zijn debuut, in 1981 namens de Vermeer Thijs-ploeg, meldt De Wolf zich als elfde in Parijs. Daarna gaat het bergafwaarts. Zijn prestaties drogen op. Ook in het klassiekerwerk is de Belg medio jaren ’80 lang niet meer de geduchte favoriet, die enkele jaren eerder zowel de Ronde van Lombardije als Milaan-Sanremo won. Die neerwaartse trend levert De Wolf nog een andere benaming op. Die van schlemiel. Het is zijn eigen schuld. In de Tour van 1985 vergist hij zich op de openingsdag in zijn starttijd. Voor De Wolf duurt de ronde dat jaar niet langer dan zeven luttele kilometers. Daarna mag hij zijn biezen pakken en kan naar huis.
Terugkijken op 1985
Als de Vlaamse krant Gazet van Antwerpen De Wolf, ruim drie decennia na de grootste blunder uit zijn carrière, opzoekt om nog eens terug te blikken op die memorabele dag in 1985, is de ex-renner kraakhelder. De Tour was destijds nog lang niet zo strak georganiseerd als tegenwoordig. Sterker, De Wolf gebruikt de woorden ‘amateurisme’ en ‘improvisatie’ om de dagelijkse gang van zaken te beschrijven. Een papiertje heeft hij van de ploegleiding mee gekregen, als hij op vrijdag 28 juni op zijn fiets klimt om de spieren te laten wennen aan de aanstaande inspanning. De Franse ronde van 1985 begint met een 6,8 kilometer lange proloog door Plumelec. Niet iets waar De Wolf zich normaal gesproken heel druk om maakt. In tegenstelling tot vier jaar eerder, toen hij als elfde eindigde in Parijs, koestert hij al lang geen ambities meer als het gaat om het rijden van een goed klassement. De Wolf is als wegkapitein naar Frankrijk gekomen. Namens Fagor zal hij zijn Spaanse kopman annex klimgeit Pedro Muñoz bijstaan. Als die taak voorspoedig verloopt kan de Belg in een overgangsetappe, in de tweede helft van de ronde, een poging wagen om een ritzege te boeken. Zo ver zal het nooit komen. De Wolf mist de start van de proloog. Blijkbaar neemt hij tijdens het warm rijden niet de moeite het papiertje, waarop ’16:38’ staat gekrabbeld, nog eens goed te bestuderen. Een fout van jewelste. Op de een of andere manier is De Wolf in de veronderstelling geraakt om 16:48 uur te moeten vertrekken. Tien minuten later dus. Zelfs als enkele ploeggenoten hem in de Tourcoulissen attenderen op het feit dat hij zo langzamerhand richting het startpodium moet, slaat De Wolf de aanbevelingen in de wind.
Op zijn gemak
Op zijn dooie gemak schrijdt hij naar het vertrekpunt, om pas daar in de smiezen te krijgen dat hij al lang en breed op pad had moeten zijn. Het leed is dan al geleden. Zeven kilometers zijn te kort om een tijdverlies van liefst tien minuten nog enigszins goed te maken en binnen de tijdslimiet te blijven. De Wolf rijdt de longen uit zijn lijf om te redden wat er te redden valt, maar faalt jammerlijk. Tot diep in de avond soebatten Fagor-ploegleider en oud Tour-winnaar Luis Ocaña en de Tourdirectie over het lot van de renner, maar Félix Lévitan en Jacques Goddet zijn onverbiddelijk. De bazen van het grootste wielercircus ter wereld sturen de renner die, om Bassie & Adriaan te citeren, ‘peteroliedom’ is geweest, naar huis. Tot overmaat van ramp verwijt Ocaña De Wolf een onprofessionele instelling en ontslaat hem op staande voet. Het management van Fagor zal die beslissing terugdraaien, zodat de renner het seizoen in Franse dienst kan afmaken, maar in de wintermaanden zal De Wolf verkassen naar Skala-Skil.
Geen goede leugenaar
In de pers is het kortstondige en uiterst merkwaardige Touroptreden vanzelfsprekend ‘the talk of the town’. In 2017 zal De Wolf zeggen er achteraf misschien beter aan te hebben gedaan het journaille wijs te maken dat hij onderweg pech kreeg of was gevallen tijdens die proloog in Plumelec. Het leugentje om bestwil had hem het predicaat schlemiel bespaard. Evenals de bewering dat De Wolf opzettelijk zijn start gemist had. Volgens sommige journalisten had de renner een dusdanig grote hekel aan het rondewerk dat hem er veel aan was gelegen de koers zo snel mogelijk te kunnen verlaten. ‘Onzin!’, riposteert De Wolf decennia later. Dan had hij immers veel gemakkelijker kunnen voorwenden ziek te zijn en Ocaña een vervanger laten oproepen. Het hele voorval maakt dat de onfortuinlijke renner, eenmaal thuis, twee weken lang de straat niet op durft uit angst voor de hoon van Vlaamse fans. Pas als enkele jaren later grootheden als Pedro Delgado – de Tourproloog van 1989 – en Stephen Roche – de ploegentijdrit in 1991 – hetzelfde overkomt kan Fons De Wolf zijn fout relativeren. Er vallen vele etiketten op hem te plakken tijdens zijn loopbaan. Ja, ‘laatkomer’ was er dus ook zo een.
