De meest memorabele Nederlandse Vuelta-prestaties: Marinus Valentijn en Gerrit van de Ruit (#24)
Tijdens de Vuelta blikt HetisKoers.nl elke dag terug op de meest memorabele prestaties van Nederlandse renners in de Spaanse ronde. Volkomen subjectief en arbitrair tellen we een top 25 af. Op nummer 24 staat het tweetal dat in 1935 namens Nederland debuteerde in de allereerste editie van de Vuelta: Marinus Valentijn en Gerrit van de Ruit.
De geestelijk vader van de Vuelta heet Clemente López-Dóriga. Deze voormalig renner uit Santander belandt na zijn loopbaan op de fiets in de journalistiek. In die hoedanigheid weet hij zijn chef bij de Madrileense avondkrant Informaciones, Juan Pujol, te overtuigen om samen een nationale wielerronde uit de grond te stampen. Naar Frans en Italiaans voorbeeld, uiteraard. Op maandag 29 april 1935 ziet de Vuelta a España het levenslicht. Precies vijftig renners verzamelen zich die dag bij de Puerta de Atocha in Madrid, pal voor het grootste treinstation van de stad, om te beginnen aan een expeditie die hen naar onder meer San Sebastián, Barcelona en Sevilla zal brengen. Ruim twee weken na het klinken van het startschot zullen zij moe, maar voldaan terugkeren in de Spaanse hoofdstad. Tenminste, als ze er in slagen de veertien etappes – de eerste Vuelta kent net als nu twee rustdagen – tot een goed einde te brengen. Van die vijftig deelnemers komen er 32 uit het thuisland. Verder staan er zes Belgen aan de start, drie Fransen, drie Italianen, twee Oostenrijkers, twee Zwitsers en twee Nederlanders, Marinus Valentijn en Gerrit van de Ruit.
Laatstgenoemde zal later zeggen dat hij eigenlijk per toeval in de Spaanse ronde belandde. De 23-jarige renner uit Capelle aan den IJssel was acht maanden eerder vijfde geworden op het WK in Leipzig. Zodoende zien de Belgen in hem een geschikte kandidaat om Gustaaf Deloor te assisteren bij diens poging de Vuelta te winnen. Als Van de Ruit op weg is naar Frankrijk om Parijs-Brussel te rijden, ontvangt hij onderweg een bericht van de Belgische ploegleider met de vraag of hij snel naar Madrid kan komen. De Nederlander hapt toe, krijgt de volgende dag tot zijn ontsteltenis eerst nog te horen dat hij toch niet naar Spanje hoeft, maar als hij zijn aanvankelijke reis naar Parijs wil hervatten blijkt dat een misverstand en wordt hij verzocht alsnog de Vuelta te rijden. Amper vierentwintig uur voordat een bescheiden peloton bij de Puerta de Atocha staat, arriveert Van de Ruit in Spanje. Landgenoot Valentijn, 34 jaar oud en afkomstig uit Sint Willebrord, heeft zich wat langer op de Vuelta kunnen voorbereiden. De Brabander is de nummer drie van het WK van 1933 en heeft dankzij die prestatie een uitnodiging gekregen van organisatoren López-Dóriga en Pujol om mee te doen. Met renners als Valentijn hoopt het Spaanse duo de kersverse ronde vanaf het prille begin een internationale uitstraling te geven.
Een succes wordt de deelname van de twee Nederlanders niet. In zijn boek La Vuelta reconstrueert Edwin Winkels in 2019 dat Valentijn en Van de Ruit het vreselijk vinden in Spanje. Ze verstaan de taal niet, de hotels zijn bar en boos, het eten is vies – Van de Ruit krijgt al op de tweede dag maagklachten van de vele olijfolie – en de wegen zijn soms nauwelijks begaanbaar. Tot overmaat van ramp zien de twee Nederlanders meermaals met eigen ogen hoe hun Spaanse concurrenten bevoordeeld worden. Zo wordt hun hangen aan volgauto’s niet bestraft en krijgen ze meer prijzengeld dan de deelnemers uit andere landen. Desondanks rijdt het tweetal de Vuelta uit. Valentijn wordt tiende. Zijn landgenoot staat vier plaatsen lager geklasseerd en boekt zelfs nog bijna een etappezege. In de achtste rit lijkt Van de Ruit de sprint te gaan winnen. Het massaal toegestroomde publiek staat in aankomstplaats Valencia echter midden op de weg. Van de Ruit moet kort voor de finish vol in de remmen om niet op een toeschouwer te botsen, waardoor de Oostenrijker Max Bulla er met de etappeoverwinning vandoor gaat. Valentijn en Van de Ruit reizen na afloop gedesillusioneerd terug naar huis. Desondanks geven ze beiden aan wel degelijk blij te zijn met de opgedane ervaring. Bovendien zijn de twee van mening dat men in Spanje geweldig met de renners mee leefde.