Noem het pieken op het juiste moment. Of gewoon vette mazzel. Hoe dan ook. Het besluit om me in het voorjaar van 2017 drie weken lang onder te dompelen in de 100ste Ronde van Italië, bleek een voorbode van een onovertroffen portie wielergeluk.

Het werd een dagelijkse routine. Bespiegelingen in knusse koffiebarretjes, het ontcijferen van het zachtroze krantenpapier, wielerprocessies met de tifosi op de mooiste cols, het aanzwellende geluid van helikopters en de euforische seconden waarin de pezige helden aan ons voorbij flitsten.

De koers ontvouwde zich als een fabelachtige roman. Eentje die je het liefste ter plekke wou verslinden tot het einde, maar waarvoor iedere dag een nieuwe episode geschreven moest worden. Met keer op keer een verassende wending, die het voorgaande moeiteloos wist te overtreffen.

Het kan een mens weemoedig maken. De herinnering aan de gevoelens uit het verleden versterken het verlangen naar nieuwe geluksmomenten. Om minimaal hetzelfde te ervaren, of deze -liever nog- te overtreffen.

Maar ik moet eerlijk zijn naar mezelf.

Het kan zomaar weer decennia duren voordat we opnieuw wielerhistorie schrijven. En dan nog. Dan nog is het de vraag of de zon net zo gul schijnt als die middag op het Piazza del Duomo. Of de gouden confetti even sierlijk over de ranke schouders van de winnaar dwarrelt. En of ik er dan weer bij ben.

Tom Dumoulin schreef in het voorjaar van 2017 een wielerverhaal van ongekende schoonheid. Een verhaal dat voor eens en altijd in mijn geheugen -en die van vele andere wielerfanaten- gegrift staat. Geduldig wachtend om herlezen te worden.

Mooier dan toen wordt het niet.
Dat hoeft ook niet.

De rest is bonus.

Martijn Kogelman
Latest posts by Martijn Kogelman (see all)