Het landschap vormt het decor van wielerkoersen. Of wielrenners oog hebben voor dat landschap, weet ik niet. Wat wel zeker is: ze hebben last van het landschap of maken er gebruik van. Ze hebben de klim en de afdaling verkend, ze weten waar ze moeten opletten, waar ze van voren moeten zitten, waar het zwaar wordt, waar ze even op adem kunnen komen en waar ze kunnen demarreren. Soms weten ze niks en laten ze zich verrassen.

Het landschap is decor, vriend en vijand. Het biedt afleiding, afwisseling, verveling, trainingsmogelijkheden en hoogtestages.

Het landschap is ook getuige en schuldige. Winst en verlies, vallen en opstaan, de gladiolen en de dood.

In deze serie ga ik, op de fiets, op zoek naar deze ‘schuldige’ koerslandschappen. Aflevering vijf.

Koerslandschappen 5: De Paterberg

31 maart 2013. Pasen. De wederopstanding van het wielerseizoen: de Ronde van Vlaanderen.

De koers is hard geweest en op de laatste klim van de dag, de Paterberg, is nog een drietal renners aan kop overgebleven: Jürgen Roelandts, de laatst overgebleven renner van een eerder gevormde kopgroep, en Peter Sagan en Fabian Cancellara, die vanuit het uitgedunde peloton naar voren zijn gereden.

Halverwege de Paterberg geeft de Zwitser op verwoestende wijze gas en komt met een zevental seconden voorsprong op Sagan boven en stampt vervolgens door. “Hij is vertrokken, de orkaan”. Aan de finish in Oudenaarde is zijn voorsprong opgelopen tot anderhalve minuut, een prestatie die niet genoeg kan worden geroemd.

***

Daar ligt hij. De weg gaat bijna kaarsrecht omhoog. Er staan een paar boerderijen langs de weg, maar verder heb je een vrij uitzicht naar boven.

De klim stelt eigenlijk weinig voor. Nog geen 400 meter lang, hoogteverschil 48 meter, maximaal 20%. Het lijden duurt maar kort. Maar toch.

Het zijn de kasseien die hem lastig maken, ook al liggen die er best netjes bij. Die kasseien zijn overigens te vermijden door aan de zijkant van de weg door het betonnen gootje te fietsen. Maar zie als je moe bent maar eens je stuur recht te houden op zo’n steile klim. Dat lukt van geen kanten. Slingerend, hobbelend, zoekend, hijgend, duwend en trekkend omhoog.

En dan, opeens, ben je boven, en sla je linksaf. Je kijkt om je heen en ziet het heerlijke Vlaamse land aan je voeten.

***

In de Ronde van Vlaanderen is het gootje geen optie. Dan staan daar toeschouwers, rijen dik, achter dranghekken.

Maar zondag niet.

De belofte van het voorjaar heeft plaatsgemaakt voor de somberheid van de herfst. Het groen voor het bruin. De wederopstanding voor de neergang. De extase voor de bezonkenheid. De vreugde voor de leegte.

De Paterberg zal verlaten zijn. In haar sublieme naaktheid en onbezoedelde schoonheid zal zij zich aan de televisiekijker tonen. Schitterend, zeker. Maar ook een beetje sneu.

Frank van Dam