“Ga!”, hoor ik achter me. “Nu moet je doortrappen!”

Ik ben per ongeluk op kop van onze groep beland. Ik ging net even op mijn pedalen staan omdat ik anders stil viel voor de top van een klimmetje. Maar nu moet ik dus doortrappen.

Een kwartier geleden reed ik ook op kop. Dat deed ik expres. Een tikkie overmoedig, maar ik wil meemaken hoe het voelt om zo’n groep te trekken. Dat duurde misschien dertig seconden, toen vond de persoon achter me mijn tempo te langzaam.

Deze keer hou het langer vol. Al komt dat vooral omdat iemand vraagt om niet harder dan 35 kilometer per uur te gaan. Dat lukt me nog wel.

Van monsterrit naar tussendoortje

De etappe van vandaag gaat van de Vogezen richting het noorden van Frankrijk. ‘Slechts’ 160 kilometer lang, met ‘slechts’ 1.300 hoogtemeters. Voor deze week zou ik dat een monsterrit genoemd hebben, vandaag is het een welkom tussendoortje.

Het is echt bizar hoe snel je hier je grenzen verlegt. Elke dag kapot gaan, maar mijn lichaam herstelt zich iedere keer weer.

Meerdere groepen maken vandaag treintjes, die soms samen komen. Op een gegeven moment razen we met tientallen renners achter elkaar door het Franse land. De snelheid gaat tot ver boven de 40 kilometer per uur.

Normaal gesproken stoor ik me aan dit soort groepen, nu geeft het een kick. Ik begrijp denk ik ook wat er zo vet is aan het op kop rijden. Al duurde dat bij mij niet lang. Het is een mix van de rest van de groep helpen en tegelijkertijd je spierballen laten zien.

Een Fries uit onze groep komt op een rustiger moment naast me rijden. Hij glundert. “Dit is nou koers hè! Ik vind dit het mooiste dat er is.”

Koers kent ook een andere kant

Maar die koers kent ook een andere kant. Vlak voor de verzorgingspost komt een aantal deelnemers van The Ride ten val. Een automobilist wil een trekker inhalen en werkt zo een paar renners tegen het asfalt. De schrik zit even goed in het peloton. 

Veel wordt er niet over gesproken. Dat valt me deze week wel vaker op. We hebben het over de mooie dingen. Ook wel over de zware momenten. Maar niet over ongelukken. Hoewel iedereen hier voorzichtig is, horen die er wel bij. Door daar veel over te praten, maak je een ander misschien ook onnodig angstig.

Na de langste en de hoogste ook de snelste

Mijn benen voelen vandaag goed, na een massage en een diepe slaap. Maar na 140 kilometer is mijn tank leeg. De rest van de rit overweeg ik een paar keer mijn benen stil te houden en de groep te laten gaan. Maar ik besef dat ik dan in nog grotere problemen zit.

Als ik op de camping de rit op mijn fietscomputer afsluit, krijg ik de melding dat dit mijn snelste rit ooit was. Eerder deze week reed ik al mijn langste rit en maakte ik de meeste hoogtemeters op een dag. Ik vraag me af of ik die records ooit zal verbreken.

 

Lees ook de andere afleveringen in deze serie